De last van veel geluk
- Bijdrage Ds. A. Noord
Jan Fokke Meirink gedoopt
Van de Kerkenraad
Tienerhulpen gezocht
Oudegrachtrede 17 maart 2005
Ringdag 24 april 2005
Wij zijn op orde!
Welk beeld presenteren we van onszelf?
Kennismaking met Willy van Viegen-Hoefnagel
In de kerk aan het werk: de timmerman
Uitnodiging Op naar 3000 - weekend
VIJF BEVLOGEN VROUWENDAGEN IN SCHOORL
Van de redactie
Van de predikante: Ds. R.C. Barnard
Op zondag 9 januari preekte ik over het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16: 19vv). Aanleiding voor deze preek was de verschrikkelijke tsunami in Azië en de ellende die deze ramp heeft teweeg gebracht. Enkele gemeenteleden vroegen mij deze preek in een samenvatting in Menno Sticht te plaatsen. Ik voldoe hierbij aan dat verzoek. Naar ik hoop zit er in de woorden voldoende van waarde om (nogmaals) te overdenken.
De historicus A.Th. van Deursen schreef onder de titel De last van veel geluk een geschiedenis van Nederland in de 16e en 17e eeuw. Het boek verscheen vorig jaar. In het woord vooraf vertelt Van Deursen hoe hij tot de keuze van juist deze titel voor dit werk is gekomen. De titel is geleend van een andere historicus die onder de naam Geerten Gossaert ook als dichter bekendheid heeft verworven. In een van zijn verzen spreekt hij 'van 's levens dubbel juk: de last van veel ontberen, de last van veel geluk' Kennelijk kan ook menselijke welvaart en voorspoed als een last worden ervaren en is rijkdom niet eenduidig. Het schenkt niet enkel geluk, maar ook ontberen in de zin van onbehagen. Ik kan me niet herinneren dat ik eerder in mijn leven zozeer geraakt ben geweest door de armzaligheid van het menselijke bestaan als juist in de afgelopen weken. De verschrikkingen van een vreselijke ramp in Azië geven op verschillende manieren iets ongemakkelijks. Misschien wel het beste samen te vatten in de titel van dat boek van Van Deursen De last van veel geluk. Hoe ineens op die tweede kerstdag de verschillen nóg helderder aan het licht kwamen: niet alleen tussen noord en zuid, tussen arm en rijk, tussen blanke toerist en gekleurde Thai. Maar meer nog dan dat, samengevat in een aantal vragen, zoals: wat is de prijs die anderen betalen voor ons geluk, onze voorspoed? Waar staan ons geld en onze westerse rijkdom voor in deze wereld? Welke waarde heeft onze welvaart? Het brengt me bij de Spreukendichter, die in zijn dagen deze dubbelheid al zo sterk onder woorden heeft gebracht wanneer hij dicht (hoofdstuk 30: 7vv): Twee dingen vraag ik u, Gun ze me zolang ik leef: Houd me ver van leugen en bedrog. Maak me niet arm, maar ook niet rijk, Voed me slechts met wat ik nodig heb. Het is opvallend hoe hier de Spreukendichter vraagt om slechts zoveel bezit als hij nodig heeft, niet meer dan dat, maar ook niet minder. Het is niet alleen in onze dagen een opmerkelijk verzoek (immers, klinkt in onze samenleving niet alom de schreeuw naar meer, naar meer consumptie, meer bezit, meer economische groei), maar ook in het oude Israël zijn de woorden die hier neergeschreven staan in het boek Spreuken een opvallende gedachte. Immers, rijkdom werd ook toen al beschouwd als een gave van God, als een teken dat het lot je gunstig gezind was, wellicht zelfs: dat je een godvruchtig leven leidde. Hoe zijn hier deze woorden 'Maak me niet arm, maar ook niet rijk' dan te verklaren? Is het de waarschuwing die hier klinkt voor de gevaren die in de rijkdom schuilgaan? Het gevaar van afstomping, blind worden voor de situatie van mensen om je heen, het gevaar van de zucht naar meer? De woorden betekenen, zo begrepen, niets anders dan: Schenk, God, mij het vermogen om te leven naar U toe, niet gehinderd door armoede, de dagelijkse strijd om het bestaan, maar ook niet verblind door de rijkdom, zodat ik Uw wegen niet meer weet te gaan. Lucas vertelt in zijn evangelie het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus. Het zou vandaag geschreven kunnen zijn. Er was eens een rijk man. Hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde iedere dag uitbundig feest. Lazarus, een bedelaar in zijn poort, hoopte zijn honger te kunnen stillen met wat er overbleef van al die overvloed. Maar de rijke man zag niet naar hem om, slechts de honden kwamen en likten zijn zweren. De rijke man en de arme Lazarus, de situatie is heel herkenbaar en het gevaar is groot dat wij de figuren naar onze hand zetten. Daarom is het raadzaam om goed te kijken wat er wel en wat er niet van hen wordt verteld. Want het risico bestaat dat wij onmiddellijk gaan inkleuren: de één is goed en de ander slecht. Maar lezen we wel goed? Immers, het is niet de rijkdom zonder meer, die hier in staat van beschuldiging wordt gesteld. De rijke man, hij is geen afperser of onderdrukker; hij gaat zich ook niet te buiten aan wilde eet-, en drinkfestijnen. Hij neemt het er goed van, maar wat is daar tegen? Het is niet de rijkdom die hier simpelweg als slecht wordt afgedaan, het gaat om een bepaalde levensinzet, een levenshouding. Dat blijkt uit het vervolg van het verhaal. Lazarus ligt in diepe ellende in de poort van de rijke man, de armoe klopt zo gezegd aan de deur. Daarmee verandert de situatie op slag en dat is dan ook wat hier aan de kaak wordt gesteld. Het gaat niet om de rijkdom op zich, maar om wat een mens met die rijkdom doet. Alles in het verhaal is er op gericht dat de rijke man hulp biedt, iets voor de arme Lazarus doet, maar al wat hij doet, hulp biedt hij niet. Hij heeft zijn eigen leventje en gaat aan Lazarus als onbelangrijk, beter nog: als niet bestaand, voorbij. Hij ziet Lazarus niet zitten ook al zit deze vlak voor de deur. En zoals dat nog altijd gaat, de arme sterft eerder dan de rijke. Het is misschien ook beter zo. Want wie zal hem missen? Maar intussen wordt in de hemel de wereld op zijn kop gezet en Lazarus tot in de schoot van Abraham gedragen. Vervolgens sterft ook de rijke man. Toen hij in het hemelrijk zijn ogen opensloeg zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. De rollen zijn nu omgekeerd, en de reden van deze plotselinge ommekeer wordt door het verhaal gegeven. En weer is het niet in de eerste plaats de rijkdom die hier aan de kaak wordt gesteld, maar wél het nalaten van de rijke man om al tijdens zijn leven iets voor de arme Lazarus te doen. In zijn helse pijnen en kwellingen vraagt de rijke dat Lazarus de top van zijn vinger in water zal dopen en daarmee zijn tong zal komen verfrissen. Dit is echter precies wat hijzelf nagelaten heeft te doen aan de arme. Hij heeft voor Lazarus geen vinger uitgestoken en hem zelfs de kruimels van zijn tafel niet gegund. Daarom kan deze nu niets voor hem doen. Dat de rijke aan Lazarus voorbijgelopen is en hem niet in zijn leven heeft betrokken, heeft de gapende kloof opgeroepen, die nu -zelfs al zou hij het willen- ieder contact onmogelijk maakt. De rijke man beseft dat het slecht met hem is gesteld. Hij realiseert zich ook dat de zijnen die nog op aarde leven ditzelfde lot lijkt te wachten. Tenzij er een wonder gebeurt. 'Vader, wat ik u bidden mag, zend Lazarus toch naar de aarde om mijn vijf broers te waarschuwen, anders treft hen hetzelfde lot!' Maar Abraham antwoordt: 'Maar ze hebben toch Mozes en de Profeten? Staat daarin niet op iedere bladzijde geschreven dat je God moet dienen door je je over je naaste te ontfermen?' Met zijn vijven hebben zij toch de vijf boeken van de Tora, voor ieder één, is dat niet genoeg? In de bijbel staan personen vaak voor volken. Als je dat vandaag bij dit verhaal bedenkt, had het voor vandaag - voor deze week - geschreven kunnen zijn. Wij accepteren onze welvaart hier maar al te vaak alsof deze een volkomen vanzelfsprekende zaak is. Wij menen zelfs dat wij er rechten op kunnen doen gelden en we houden de arme (waar hij in de wereld ook mag wonen) zorgvuldig buiten ons gezichtsveld, ook al ligt hij vlak voor onze deur. De wereld is immers klein geworden en via de communicatiesatellieten is elk land dichtbij. Zelfs zo dichtbij dat wij de ellende van duizenden kilometers verderop dagelijks te zien krijgen. Was dat dan nodig, zo vraag ik me af, om de westerse wereld te mobiliseren? Krijgen we dan pas oog voor de gapende kloof die er in onze wereld bestaat tussen arm en rijk, noord en zuid, slaaf of knecht? Zijn wij wezenlijk anders dan de rijke man die in de drukte van zijn leven de arme Lazarus niet zag staan, totdat hij niet anders kan dan zien, zíen en in actie komen? En begrijp me goed, het gaat in dit verhaal niet alleen om geld of bezit; de menselijke armoede kent vele gezichten en gestalten. Bijvoorbeeld als wij mensen achteloos aan onze deur laten staan met hun eenzaamheid en hun angst, hun verdriet, hun moeilijkheden en hun eindeloze verhalen, ook dat is menselijke armoede die heel vaak niet wordt onderkend. Breng ons dat dan te binnen, God, dat wij in onze wereld leven en bestaan, niet anders dan in verbondenheid met onze naasten, betrokken op elkaar, in vreugde en verdriet. Breng ons te binnen, God, wat er van ons wordt gevraagd. Behoed ons voor armoede, maar evenzeer voor de verblinding van rijkdom. Dat vragen we, en, misschien wel het moeilijkst van al: leer ons het in wijsheid dragen van 's levens dubbel juk, de last van veel ontberen, de last van veel geluk! AMEN
Alex Noord
Op 28 november 2004 ben ik gedoopt en daarmee lid geworden van de gemeente Utrecht. Het was bijzonder om deze stap te zetten. Al jaren was ik thuis in de DGU, maar ik was er nog niet aan toe om belijdenis te doen. Tot er ergens in augustus een brief van Alex op de mat lag met de vraag of ik dit jaar met de doopgroep mee wilde doen. Omdat ik de doopgroep al twee keer eerder had gevolgd, vond ik dat geen optie, maar die brief was wel een aanleiding om weer eens over een en ander na te denken en er achter te komen dat het tijd was om gedoopt te worden.
Zo gebeurde het dus, en het werd een mooie dienst. Ik was onder de indruk van alle reacties na afloop: zo'n belijdenis maakt duidelijk iets los, zoals ik zelf ook heb ervaren bij belijdenissen van anderen. Ik wil graag iedereen bedanken voor het mee(be)leven en voor de cadeautjes (veel theologische lectuur waar ik nog jaren mee vooruit kan!) die ik heb gekregen.
Op verzoek van een aantal mensen volgt hier nog het gedicht van Rutger Kopland waarmee mijn belijdenis begon.
De God in mijn hersenen
Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij
dat ik die nacht in het
verleden had geleefd
en zonder de geringste verbazing weer
geloofd had dat God
bestond
ik wilde hem eindelijk wel eens spreken
het is een bijzonder aardige man zei
iemand
je kunt hem gerust eens bellen
ik belde en er klonk een stem, een heel lieve stem
zodat ik mij een lieve
gevleugelde vrouw voorstelde
zoals je wel ziet op felicitatiekaarten
wilt u god, werd er gezegd, toets dan één
wilt u god niet, toets dan niet
ik toetste één
en dezelfde gevleugelde vrouw zei: er is nog
één wachtende voor u en die
ene bent u
ik herinnerde mij dat ik hier eindeloos over
moest nadenken tot ik ontwaakte
en God weer
was verdwenen, ergens in mijn hersenen
Jan Fokke Meirink
Van de kerkenraad
Allereerst wil de kerkenraad nogmaals Cathja Maas bedanken
voor haar werk voor de redactie van Menno Sticht. Cathja was onze redacteur van
het eerste uur, die het stokje heeft overgenomen van de vorige redactie.
Gelukkig is er een nieuwe aanvulling in de redactie, die samen met Jan Nienhuis
ons blad gaat redigeren. Dit is Marianne van Leeuwerden. Hebt u ideeën of
stukjes voor ons blad, laat het de redactie dan weten.
Na de kerstperiode heeft de kerkenraad het werk weer opgenomen. We hebben een gesprek gehad met de kunstcommissie, die een voorstel heeft gedaan voor een kunstenaar die een schilderij zal maken voor de hal. U wordt hierover nog uitgebreid geïnformeerd. Verder heeft de kerkenraad weer gesproken over de niet-betalende leden. De afgesproken procedure om deze leden te benaderen kent nogal wat haken en ogen. Daarom is besloten de procedure enigszins aan te passen. Dit jaar zal verder gegaan worden met allen die niet betalen en ook anderszins niet reageren, te benaderen. Wij hopen dat dit er in resulteert dat ieder lid en iedere vriend tenminste het minimumbedrag betaalt. Zoals afgesproken in de ledenvergadering, kan niet-betalen er toe leiden dat iemand wordt geschorst als lid of vriend. Verder is gesproken over het collecterooster voor 2005. Het Baukje Koningfonds heeft onze gemeente een gift gegeven, waarvoor 26 bijbels in de nieuwe bijbelvertaling zijn gekocht. U kunt dus een bijbel meenemen uit de hal, wanneer u de gelezen teksten tijdens de dienst wilt meelezen. De volgende vergadering zal besteed worden aan een discussie over het pastoraat, het diaconale werk, en de financiën van de gemeente (met name het vermogen).
Tot slot: hebt u nog een exemplaar van het boekje Aangeraakt door de eeuwige, deel 2, besteld, dan kunt u dit ophalen. U kunt op zondagmorgen Peter Reinhold of een van de andere kerkenraadsleden hiervoor benaderen. Ook de bestelde ADS-jaarboekjes kunt u ophalen. De notulen van de ledenvergadering van november liggen in de hal. U kunt ze meenemen, maar u krijgt ze natuurlijk ook thuis gestuurd bij de stukken voor de ledenvergadering van 30 maart. Laura van Rossum du Chattel, secretaris
Tienerhulpen gezocht
Inmiddels al voor het derde jaar draaien enthousiaste
ouders van kinderen in de leeftijd tussen de nul en zes jaar de groep 'Kom maar
in de kring'. Dit is een vorm van zondagschool voor de allerkleinsten van onze
gemeente. Niet alleen de ouders zijn enthousiast, maar ook de kinderen, wat te
zien is aan het toenemende aantal kinderen. Per zondag hebben twee ouders de
leiding. In een kring lezen we een prentenboek voor en behandelen we aan de hand
hiervan een thema, gevolgd door een spel of knutselen. Voor de verzorging van de
allerkleinsten van de groep is op die zondagen één van onze twee vaste
tienerhulpen aanwezig. Inmiddels helpt de leiding bij toerbeurt ook mee als
tienerhulp, omdat de groep zo groot is geworden. De twee vaste tienerhulpen
vinden het fijn als er meer tienerhulpen zouden zijn om de zondagen te kunnen
verdelen. Welke tiener of jongere, of wellicht een oudere, van de gemeente vindt
het leuk om te helpen met de verzorging van de baby's en hand en span diensten
te verrichten tijdens de zondagen van 'Kom maar in de kring'? Kom maar in de
kring is eens in de twee weken: in de maanden september - december, dus ongeveer
7 keer, en in de maanden januari - mei ook nog eens 7 keer. Lijkt het je leuk,
of heb je nog vragen, bel mij dan gerust op.
Marjon
Hartman, één van de leiding van Kom maar in de kring
Oudegrachtrede
Samen geroepen om vrede te stichten Christenen zijn geroepen
om vredestichters te zijn en kerken hebben een lange traditie op het gebied van
het vredeswerk. De vredesopdracht van de kerken stond centraal in de
oecumenische dialoog van katholieken en mennonieten. In 2004 werd onder de titel
'Samen geroepen om vredestichters te zijn' het eindrapport van deze dialoog
gepubliceerd. Tegen de achtergrond van dit rapport gaan twee sprekers in op de
inzet voor gerechtigheid en vrede van hun kerk. Prof. dr. P.Nissen zal spreken
over de katholieke inzet voor gerechtigheid en vrede in de wereld en Ds. F.R.
Fennema zal ingaan op de doopsgezinde inzet voor vrede en verzoening. We hopen
dat u deze datum in uw agenda wilt noteren en dat we ook veel Utrechtse
gemeenteleden mogen begroeten. Deze avond vormt dan meteen de invulling voor de
Oudegrachtrede dit voorjaar. Van harte welkom op 17 maart om 19.30 uur in het
Pax Christi Stiltecentrum in Hoog Catharijne!
ds. Alex Noord
over heiligen ... en wat ons heilig is Op 24 april 2005 wordt door de Doopsgezinde Gemeente Utrecht de jaarlijkse ringdag georganiseerd, een dag van ontmoeting, gesprek en bezinning. Dit jaar luidt het thema van deze dag: 'Over heiligen ... en wat ons heilig is'.
Op het eerste gezicht lijkt dit niet zo'n dopers onderwerp. Immers, wat zijn nu heiligen? Als kinderen van de reformatie hebben doopsgezinden geleerd vraagtekens te plaatsen bij de functie en betekenis van heiligen in de (rooms-katholieke) traditie. Toch kunnen ook doopsgezinden zich wel iets voorstellen bij het woord heiligen; helemaal vreemd is dit begrip toch niet. De geschiedenis (maar ook het alledaagse leven) kent voorbeelden van mensen die door hun levenswijze iets (hebben) laten zien van hoe het leven door God wordt bedoeld. Ieder mens heeft dit soort voorbeelden nodig. Aan heiligen kun je je optrekken. Heiligen inspireren je en dagen je uit. Heiligen dwingen je om net die extra krachtsinspanning te leveren die nodig is om verder te komen en verder te helpen, om als het ware zelf ook heilig te zijn. Aan wie denken wij als wij over heiligen spreken? Aan Franciscus van Assisi, of aan Albert Schweitzer, of misschien aan Etty Hillesum, of aan een buurvrouw of een goede vriend? Daarover willen we met elkaar een dag nadenken en actief bezig zijn: over heiligen en wat ons heilig is!
Het programma van de dag ziet er (onder voorbehoud) als volgt uit: vanaf 10.00 uur bent u van harte welkom aan de Oudegracht 270 te Utrecht en wordt u ontvangen met een kopje koffie. Om half elf precies begint de dienst waaraan diverse groepen uit de Utrechtse gemeente zullen meewerken. Van half twaalf tot half een is er een uitgebreid lunchbuffet en in de middag zijn er tot ongeveer half drie een aantal mogelijkheden tot een uitstap in de directe omgeving van de Utrechtse kerk. Het Museumkwartier, het gedeelte van de oude binnenstad waarin de kerk ligt, biedt daartoe geweldige mogelijkheden. Zo gaan we (naar keuze) naar het Museum Catharijneconvent ('Heiligen of relieken?'), naar de Hortus Botanicus ('wat is ons heilig in de natuur?'), u kunt een doperse stadswandeling maken ('de heiligen ons voorgegaan...') of (voor de niet-wandelaars onder ons) gewoon in de kerk creatief bezig zijn met het thema heiligen. Voor de kinderen wordt een uitstap georganiseerd naar het Centraal Museum, voor de Dick Bruna tentoonstelling aldaar. Ook de kids staan dus centraal deze dag! We sluiten af rond de klok van drie uur. We vragen u nu alvast deze datum in uw agenda te reserveren. Een tweede aankondiging van de ringdag volgt in één van de komende maanden. U bent toch ook aanwezig om op 24 april 2005 onze medebroeders en zusters te ontvangen?
ds. Alex Noord
Wij zijn op orde!
En nu………….. Na een kwartaal lang noodgedwongen heel
veel kerkelijke organisatie aan een buitengewoon enthousiaste groep
vrijwilligers te hebben moeten overlaten is de DGU sinds 1 januari jl. helemaal
op orde qua personeelsbezetting. Een bezetting die destijds op de
ledenvergaderingen van 2004 uitvoerig is besproken, en waarvan de DGU nu gaat
profiteren. Jazeker, profiteren! Wij hebben nu 2 professionele en ook zeer
vriendelijke mensen die bezoekers, bellers en de vele vrijwilligers van de DGU
ter wille zullen zijn. Jan van Strien, onze koster, is in de allerdrukste maand
van het jaar bij ons gekomen. December in een kerkelijke gemeenschap is
hectisch, maar gelukkig ook vreugdevol. Jan is opgevangen door onze
coördinatoren, die hem wegwijs hebben gemaakt in de wirwar van onze gemeente.
Willy van Viegen, de kerkelijk bureaumedewerkster, is op 1 januari gestart,
heeft intussen de eerste hobbels van onze gemeente verkend en is er enthousiast
over! Samen hebben zij een dienstverband van 40 uur. Jan werkt 24 uur, terwijl
Willy 16 uur voor haar rekening neemt. Beiden zijn tijdens een kerkdienst aan de
gemeente voorgesteld. Vanaf deze plaats roep ik hen ook nog een hartelijk welkom
toe, en spreek de hoop uit dat Gods zegen op hun werk mag rusten!
Willy werkt in principe 4 ochtenden van 09.00 tot 13.00 uur: maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag, terwijl Jan 's middags en 's avonds (niet alle middagen en avonden natuurlijk) voor de gemeente in touw is. Willy's taken zijn de volgende: algemeen aanspreekpunt voor de DGU en de verhuur van zalen; secretariaatstaken (mailings verzorgen, gastpredikanten instrueren, postverzorging, website bijhouden, ledenadministratie, bibliotheek), het ondersteunen van de predikanten (bijvoorbeeld het maken van afspraken en het afronden van de liturgieën), financieel-administratieve taken en beheer-ondersteunende taken (administratie verhuur woningen en winkels, en zalenverhuur). Zij kan natuurlijk niet alles tegelijk onder de knie krijgen, dus sommige taken zullen gefaseerd aan haar worden overgedragen. Jans taken liggen op het vlak van het beheren en gebruiken van onze gebouwen: het zalengebruik extern (openen, sluiten, koffie verzorgen), schoonmaken, voorraadbeheer, onderhoud (laten) verrichten, en het beheer van de woningen en de winkels.Als kerkenraad hebben wij genoten in de afgelopen maanden van het feit dat veel vrijwilligers ons hebben geholpen. Ik kan u meedelen dat wij ook nu en in de toekomst graag gebruik willen maken van dat enthousiasme! Willy heeft als een van haar taken het coördineren van het vrijwilligerswerk. Welnu, zij zal u misschien benaderen voor een taak, waarin noch Jan, noch zij, kunnen of zullen participeren. De kerkenraad hoopt dat het beroep dat op u als gemeentelid of als vriend zal worden gedaan niet tevergeefs zal zijn. Graag willen wij dat vrijwilligers in het kerkelijk organisatiewerk een blijvende rol zullen spelen. Wij hebben gemerkt dat het onze gemeente tot een warme en betrokken gemeenschap maakt!
De zondagsdiensten zullen, net als in de voorafgaande drie maanden, blijvend door vrijwilligers worden gedaan. Deze zondagskosters zullen binnenkort badges dragen, zodat zij voor iedereen herkenbaar zullen zijn. De koster van dienst zal in de kerk plaatsnemen op de gewone 'kostersplaats', voor iedereen herkenbaar dus! Er is een duidelijk kostersprotocol gemaakt, waarin alle voorkomende werkzaamheden voor de zondagsdienst staan beschreven. Wilt u ook toegevoegd worden aan de kostersploeg, meld u dan aan. Dat kan bij Willy en Jan, maar ook bij een van de kerkenraadsleden. Graag doen wij ook een beroep op de jongerengroepen. Het zou fijn zijn als ook zij hieraan zouden meedoen!
Onze gemeente is iedere werkdag van de week bereikbaar. Op de uren dat de telefoon niet kan worden opgenomen zal een bericht kunnen worden ingesproken. Wij moeten er als gemeente allemaal aan wennen dat er nu striktere werktijden zijn; ook voor de koster! Concreet houdt dat ook in dat onze 'eigen' groepen selfsupporting moeten zijn. Dus koffie en thee etc. zelf zetten, en de rommel naderhand opruimen! Indien Jan van Strien niet aanwezig is, zullen de honneurs zonodig door een vrijwilliger worden waargenomen.
Graag dank ik, mede namens de kerkenraad, iedereen die onze gemeente vanaf september jl. heeft geholpen. Zonder anderen tekort te doen, bedank ik met name Teije Bakker, onze kameraar, voor zijn nooit aflatende bemoeienis met de verbouw van de kosterij, Truus Akkerman, de aanvoerster van zoveel vrijwilligerswerk, en Ineke Reinhold en Anneke Sietsma, de beide coördinatoren van het doordeweekse kosterswerk! Hartelijk dank aan jullie voor de vele uren inzet, en aan iedereen die ons heeft geholpen. Laten wij de gemeenschapszin van de afgelopen maanden vasthouden, en laat u betrokken worden bij het kerkenwerk. U bent meer dan welkom!
Met zusterlijke groet, Janny Tigchelaar-Smeding, voorzitter
Welk beeld presenteren we van onszelf?
Voor de serie 'Kerken om ons heen' sprak Kerk in de Stad met Renata Barnard. Om te laten zien welk beeld we van onszelf presenteren vond de redactie van Menno Sticht dit een mooi artikel om over te nemen.
'Onze regionale gemeente telt ongeveer 250 leden en een vijftigtal vrienden', begint Renata Barnard. 'Die vrienden, dat zijn betrokkenen uit andere kerken die bij de gemeente willen horen of zij die de stap tot de doop nog niet genomen hebben.' 'De gemeente is divers in leeftijdsopbouw, al vormen de 60-plussers de grootste groep: er zijn veel dertigers en veertigers, jonge kinderen en een groep 18-plussers. De gemeenteleden zijn erg op elkaar betrokken. We kennen een groot aantal kringen: bijbelkringen, waaronder een in Bilthoven en een in Maarsen, een 12+, een 15+ en een 18+ kring, kringen voor dertigers en veertigers, een zusterkring en een broederkring. De aanspreekvormen zuster en broeder, lang niet altijd meer gebruikt, willen de gelijkheid van allen en de betrokkenheid op elkaar benadrukken.'
'In Nederland wonen tien- tot twaalfduizend doopsgezinden en wereldwijd zijn dat er rond een miljoen. doopsgezinden hebben een vrij groot historisch besef en zijn trots op hun geschiedenis, vol verhalen over martelaren, mensen op de vlucht en zwerftochten over de wereld', aldus Barnard. 'Het grootste onderscheid tussen de doopsgezinde en andere reformatorische kerken schuilt in de doop. We kennen geen kinderdoop, maar doop op belijdenis: de gelovigen doen eerst belijdenis van hun geloof en worden vervolgens gedoopt. Iedere gelovige schrijft zijn eigen belijdenis rond de vraag 'Wat betekent geloven voor mij, waarom wil ik gedoopt worden?' Deze belijdenis spreken de dopelingen voorafgaand aan hun doop tijdens de dienst uit.' Tegenwoordig zijn er een of twee doopdiensten per jaar, vaak op Palmzondag of met Pinksteren en ook wel in de herfst. 'Het avondmaal is een sacramenteel teken dat naar Christus verwijst. Het wordt zittend rond tafels, in een kring, gevierd. Het vindt drie maal per jaar plaats: op Witte Donderdag, op de zondag van de Bruiloft van Kana (in januari) en op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. De nadruk ligt op het vreugdevolle van het vieren. Iedereen mag het avondmaal bedienen, al gebeurt het meestal door een predikant.' 'Bij het avondmaal ligt de nadruk op de 'enigheid': de gemeente is één ter nagedachtenis van Jezus. Dit is een diep doorleefd gevoel. Het brood wordt gezamenlijk genuttigd. Pas als iedereen zijn stukje brood ontvangen heeft, wordt er gegeten. Ook de wijn wordt door iedereen gelijktijdig gedronken, ieder drinkt uit zijn eigen bekertje. Hiermee begon men in de 19e eeuw om gezondheidsredenen, maar het wordt nu beleefd als een teken van het gezamenlijk vieren. Ook bij dit gedachtenismaal willen we gastvrijheid uitstralen. Dat is wat wij als gemeente willen zijn: gastvrij. Daarin slagen we naar mijn bescheiden mening aardig.' Barnard: 'De doopsgezinden staan verder bekend als vrijzinnig en zijn dat ook in de zin dat ze geen dogma's erkennen. Tegelijk is er een grote 'innigheid' in geloofsbeleving, een doorleefdheid die kan ontroeren. Maar voordat de ontroering te groot wordt, is er altijd weer praktische nuchterheid, een actieve betrokkenheid bij de samenleving die een mens weer met beide benen op de grond zet.' 'De liturgie is vrij sober', legt Renata verder uit. 'Er is veel ruimte voor stiltes: voor de dienst begint, voor het gebed, na de preek en bij het stil gebed. De gezellige praatjes aan het begin van de dienst vinden in de hal plaats. Sinds een jaar of tien branden er kaarsen in de kerk, al vind je er geen paaskaars.' 'We zingen uit het liedboek en ook liederen uit Zingend Geloven en andere bundels. Onze eigen organist, Jaap Huibers, zet soms ook bijbelteksten op muziek die we dan reciterend zingen.'
'Samen met de vredesgroep bereidt een predikant de dienst voor de vredesweek voor. Soms volgen ze daarbij het thema van de vredesweek, soms geven ze een eigen invulling aan zo'n dienst. Ook in februari is er een dienst rond het thema Vrede. Daarnaast zijn er diensten die door een van de andere groepen worden voorbereid.'
De eerste donderdag van de maand (koopavond) hebben de doopsgezinden een avondgebed, waar eveneens stilte een grote rol speelt. 's Zomers zijn er in één kerk gezamenlijke diensten met de Leeuwenbergh-gemeente en de remonstranten, die inmiddels zijn samengegaan in de Geertekerk. Met deze 'vrijzinnige' gemeenten vindt driemaal per jaar kanselruil plaats tijdens diensten die gezamenlijk worden voorbereid. De oud-latholieken, de vrij-katholieken, de baptisten, de remonstranten en de doopsgezinden (de 'kleine' kerken) hebben als Buurkerken Utrecht Centrum regelmatig contact waarbij ze elkaar op de hoogte brengen van hun gebruiken. Drie keer per jaar houden ze een gezamenlijk avondgebed. De predikanten en pastores van de 'kleine' en de 'grote' kerken in de binnenstad hebben een overleg rond de taak van de kerk in de stad in deze tijd: diakonaat, open kerk zijn, zorg rond vluchtelingen.'
Barnard: 'Een gemeentelid dat deel uitmaakt van de International Peace Brigade en daardoor bij West Papua betrokken is, en daar ook is geweest, onderhoudt contacten met Papua's en zorgt ervoor dat de wandaden die door het Indonesische leger gepleegd worden in de openbaarheid komen. Dit is ook een project van de vredesgroep. Via enkele gemeenteleden zijn er contacten met Tanzania waar de hele gemeente een doopsgezind ziekenhuis steunt. Zo ging bijvoorbeeld de opbrengst van de laatste oogstdienst daar naartoe.'
'De Doopsgezinde Vredesgroep heeft samen met Pia ten Hoeve het project
Kinderen en Vrede opgezet. Studenten van de Marnix academie hebben als
afstudeeropdracht lesmateriaal ontwikkeld voor de basisscholen. Scholen kunnen
een kist huren met boeken en ander materiaal om dit project op hun school uit te
voeren.' Deze kist is op het Stedelijk Dienstencentrum bij Pia ten Hoeve aan te
vragen.
Dina Bouman-Noordermeer
Kennismaking met Willy van Viegen-Hoefnagel
Met ingang van het nieuwe jaar is Willy van Viegen-Hoefnagel bij de Doopsgezinde Gemeente Utrecht in dienst getreden als medewerkster kerkelijk bureau. Samen met Jan van Strien, waarmee we nog niet hebben kunnen kennis maken vanwege de kerstdrukte en zijn verhuizing, vervangt ze Johannes Koopen. Een gesprek met een ervaren vrouw in kerkelijk Nederland.
Je treedt nu in dienst bij de Doopsgezinde Gemeente Utrecht. Wat heb je hiervoor gedaan? Ik werk nu bij het landelijke dienstencentrum van de Protestantse Kerk in Nederland, het fusieresultaat van de Hervormde kerk, de Gereformeerde kerken en de Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Ik ben daar communicatiemedewerkster, vooral voor het jeugdwerk. Daarvoor heb ik gewerkt bij het Landelijk Centrum voor Gereformeerd Jeugdwerk (LCGJ) in Driebergen, dat opgegaan is in de PKN. Bij het LCGJ heb ik het erg naar mijn zin gehad.
Als je al zo lang werkt voor de gereformeerde kerken, ben je vast niet doopsgezind… Nee, ik ben (van oorsprong) Nederlands-hervormd, maar ik voel me vooral samen-op-weg.
Je bent getrouwd? Ja, ik ben getrouwd met Henk. We hebben twee dochters en twee kleinkinderen. Woensdag is onze opa- en omadag. Ik heb een arbeidscontract voor 16 uur per week. Buiten de woensdag werk ik alle werkdagen van 9.00 tot 13.00 uur.
Waarom ga je weg bij de PKN? De PKN is een grote organisatie, met de regels en procedures die horen bij een grote organisatie. Ik voel me beter in een kleinere organisatie zoals de DGU, met korte lijnen en persoonlijke contacten. Ik hecht aan duidelijkheid en het nakomen van afspraken.
Wat ga je doen bij ons? Ik zal mijn werk nauw afstemmen met Jan van Strien. Samen zullen we de bereikbaarheid voor gemeenteleden vormgeven en zo mogelijk verbeteren. Daarnaast zal ik het aanspreekpunt zijn voor de gebruikers van de kerkruimten, vrijwilligers ondersteunen, werkzaamheden voor de predikanten verrichten en tal van administratieve taken uitvoeren. Wanneer dat nodig is, zullen Jan van Strien en ik elkaar vervangen.
Hoe kijk je aan tegen het werk bij de DGU? Ik heb er heel veel zin in. Het klinkt misschien wat voorbarig, maar ik voel me al behoorlijk op mijn gemak in deze gemeente. Ik heb er een goed gevoel bij. Ik hoop dat ik de verwachtingen kan waarmaken die de gemeenteleden en met name de kerkenraad van mij hebben. Het is daarbij extra spannend, omdat dit niet alleen voor mij, maar ook voor de DGU een nieuwe situatie is. Ik vind het een mooie uitdaging.
Jan Nienhuis
In de kerk aan het werk: de timmerman
De timmerman, de schilder, de elektricien, de loodgieter… de afgelopen jaren zijn er heel wat vakmensen in onze kerk aan het werk geweest. Wie zijn zij en hoe hebben zij het werken in onze doopsgezinde vermaning ervaren? In een serie onder de titel 'In de kerk aan het werk' zullen verschillende vakmensen aan het woord komen. In deel 1: Arthur Vreeken, timmerman, in gesprek met br. Teije Bakker, kameraar.
Vooral Arthurs grote handen vallen op: handen waar al heel wat mooie dingen uit zijn voortgekomen, dat kan niet anders. Want hij is een ervaren timmerman en meubelmaker. Zijn keuze voor het timmermansvak was niet vanzelfsprekend: via een omweg die liep van Zwitserland tot Maleisië, en van Nieuw Zeeland tot Canada, kwam hij tot de conclusie dat hout toch maar een mooi product is en dat hij het belangrijk vindt om in zijn vak constructief bezig te kunnen zijn. En zijn liefde voor het vak heeft hij ook al overgedragen aan zijn twee zoontjes: de jongste (4) slaat rustig spijkers in het hout en de oudste (8) kan al heel goed met de zaag overweg.
Arthur Vreeken komt al jaren in onze kerk en in de gebouwen eromheen: het begon met herstelwerkjes en de plaatsing van een nieuwe keuken in de pastorie en de uitbreiding van een invalidentoilet in 2001. Als wij elkaar spreken, in december 2004, is hij nog volop bezig met renovatiewerkzaamheden in de kosterswoning. En daartussenin heeft hij meegewerkt aan de aanleg van de keuken, de hal, de gemeentezaal en de ruimte voor het kerkelijk bureau. De gemeentezaal, dat was toch wel de lastigste klus, bekent Arthur: muren en plafonds vol steen, lei en puin bleken achter de gemeentezaal schuil te gaan: 'Tien ton puin heb ik daar vandaan moeten halen!'. Een klus in onze kerk bleek vaak allerlei onverwachte verrassingen op te leveren. Een dichtgemetselde schoorsteen, glasplaten die als isolatie tegen het cement op de muren waren bevestigd, teer en stukadoorsel door elkaar gemengd en ooit op de muren aangebracht: Arthur zit vol met voorbeelden van rare dingen die hij is tegengekomen in onze kerk en gebouwen. 'Maar dat vind ik ook juist wel het leuke,' zegt hij, 'vroeger waren ze toch vaak heel inventief om bijvoorbeeld de boel te isoleren, zonder al die speciale materialen die we nu vaak tot onze beschikking hebben'.
Via via is Arthur in contact gekomen met de DGU, maar hij is er nu al helemaal thuis, samen met een groepje andere vakmensen. Toen de bouwcommissie destijds begon met de plannen voor het verbouwen van toiletgroep, gemeentezaal, keuken en hal, bleek al snel dat het inschakelen van een architect veel te duur zou worden. Dus was er alleen een ruw plan en werd van de vaklieden en de bouwcommissie improvisatie gevraagd. Arthur heeft daar heel positieve herinneringen aan: 'Het was erg leuk om steeds met elkaar te overleggen en er gezamenlijk uit te komen. Het gaf veel betrokkenheid bij de klus.' Natuurlijk werd er niet in het wilde weg maar geïmproviseerd; er werd steeds vastgehouden aan een aantal uitgangspunten: alle aanpassingen moesten passen in de stijl en de geschiedenis van de DGU-gebouwen en moesten ervoor zorgen dat onze monumentale panden toch voldoen aan de eisen van deze tijd. Een moeilijke klus was de trap in de hal. Wie nu in de hal staat en naar de onderkant van de trap kijkt, zal er niet zo snel bij stil staan dat het een enorme klus was om die trap mooi dicht te krijgen. Arthur: 'Dat was echt puzzelwerk! Er zitten twee buigingen in de trap, en de maten waren niet de standaardmaten…dat maakte het allemaal heel lastig.' Teije vult aan dat de hal door het dichtmaken van de trap meer rust heeft gekregen, en dat was ook de bedoeling van de bouwcommissie. Een andere klus met een verhaal erachter was het verplaatsen van de gedenkplaat in de hal. De gedenkplaat, ter herinnering aan het 300-jarig bestaan van de Doopsgezinde Gemeente Utrecht was daar destijds opgehangen met de bedoeling dat hij nooit meer weggehaald kon worden. En wat bleek? De denkplaat was echt vastgemetseld in de muur - Arthur heeft met veel inspanning en precisie, de plaat van de muur moeten zagen. Maar de gedenkplaat komt op de plek waar hij nu hangt heel goed tot zijn recht: onder de trap, met een lamp erop gericht. Is voor een timmerman een klus in een kerk nou iets totaal anders dan een klus in een huis? Creativiteit en vakmanschap zijn onontbeerlijk, dat blijkt wel uit alle verhalen over onze gebouwen waarin zoveel onverwachte verrassingen kunnen opduiken, waar maten nooit de standaardmaten zijn, en muren niet mooi recht lopen. Arthur ziet nog wel meer verschillen: 'Ik heb hier met veel meer mensen te maken. Natuurlijk met collega's zoals de schilder of de loodgieter. In de kosterij bijvoorbeeld, moesten veel verschillende werkzaamheden op een klein oppervlak tegelijk plaats vinden. En tijdens de verbouwing in hal en gemeentezaal kwamen af en toe gemeenteleden kijken naar wat er allemaal gebeurde'. Van de sfeer die er in onze gemeente heerst heeft Arthur ook iets kunnen proeven tijdens de afscheidsdienst van koster Johannes Koopen, waar hij bij aanwezig was. 'Dat spreekt me wel aan in deze kerk: een losse sfeer van vriendelijkheid en gelijkheid tussen mensen'.
Zowel Teije, als kameraar en lid van de bouwcommissie, als Arthur, vinden het
heel belangrijk om de kwaliteiten en mooie dingen van monumenten en oude panden
aan het licht te brengen. Teije: 'En de uitdaging is dan om oude panden
bewoonbaar, leefbaar te maken naar de maatstaven van onze tijd en de authentieke
kwaliteiten van de gebouwen te behouden. Deze panden door te kunnen geven aan
volgende generaties, dat vind ik stimulerend.' Een voorbeeld is het trapje van
de kerkzaal naar de keuken. Iedereen die vroeger wel eens haastig dat trapje op
of af is gegaan, weet dat het een erg smal trapje was. 'We wilden de treden van
het trapje verbreden, maar dat ging niet zo gemakkelijk: de lambrisering van de
deur rustte erop. Het leek een klein klusje, maar het werd nog aardig
ingewikkeld' herinnert Arthur zich. 'Maar we zijn nergens zo gemakkelijk aan
gewend geraakt, als aan dat trappetje!' lacht Teije. En zo kunnen wij, en
hopelijk nog vele generaties na ons, nog lang van Arthurs timmermanskunsten
profiteren.
Marleen Kieft
Uitnodiging 'Op naar 3000'-weekend
Op 12 en 13 maart 2005 wordt voor de zesde keer het 'Op naar 3000'-weekend georganiseerd, dit keer in Samen Een te Giethoorn. Het thema zal zijn: DROMEN.
Wat kun je in dit weekend zoal verwachten? o een inleiding door ds. Geert Brüsewitz o workshops: dromend bibliodrama, dromen in de bijbel en dromen verklaren o bootje varen o … en nog veel meer! Op naar 3000 is een landelijke activiteit voor de leeftijdsgroep van ongeveer 25 tot 35 jaar, die voort is gekomen uit een behoefte om contact te leggen en te houden met leeftijds- en geloofsgenoten uit heel Nederland. De kosten van het weekend zijn naar draagkracht € 40, € 45 of € 50 (inclusief maaltijden en overnachting). Ook kinderen zijn welkom: er is kinderopvang aanwezig. De kosten voor kinderen ouder dan 2 jaar zijn € 20. Je kunt je tot 1 maart 2005 opgeven door je persoonlijke gegevens in te vullen op onze website, www.opnaar3000.doopsgezind.nl, of schriftelijk/telefonisch door te geven aan Jan Fokke Meirink (Kortland 16, 3451 VD Vleuten, tel. 030 - 635 32 26). De deelnamekosten van je keuze kunnen overgemaakt worden naar girorekening 49 89 951, t.n.v. Op naar 3000 te Vleuten. Wie weet tot ziens in Giethoorn!
VIJF BEVLOGEN VROUWENDAGEN IN SCHOORL
een geheel verzorgd verblijf van maandag 14 maart t.m. vrijdag 18 maart 2005 voor vrouwen, moeders, dochters, zusters en vriendinnen
Thema: 'HEKSEN of HEILIGEN?'
Is er werkelijk zoveel veranderd? Hoe reageren wij in deze tijd op mensen die opkomen voor hun overtuiging en daarmee als lastig, opstandig of bedreigend voor het kerkelijk of maatschappelijk gezag worden bestempeld? Veroordelen wij mee? Of gaan wij er op een andere manier mee om? Worden wij zelf terroristen of martelaressen en later eventueel heilig verklaard? En wat voerden die heksen van vroeger eigenlijk allemaal nog meer in hun schild?
Veel vragen en veel stof tot nadenken, inleven en verbeelden, creatief zijn. Het worden vast heel bijzondere dagen voor u, voor jullie, voor ons. Welkom! gastvrouwen zijn evenals vorig jaar: Wijntje Bakker en Mieke Wierda,
De prijs van deze geheel verzorgde midweek bedraagt per persoon: kamers met douche en toilet: € 180,-, kamers met wastafel: € 160,-. Informatie, folder en opgave bij het Doopsgezind Broederschapshuis Schoorl Oorsprongweg 3, 1871 HA Schoorl, tel. 072 - 509 12 74, e-mail: info@dbhschoorl.nl
Het welkomstwoord van de redactie staat meestal op de eerste bladzijde van Menno Sticht. Het kwam nu echter beter uit de verantwoording aan het einde van het blad op te nemen. Dit is formeel het eerste nummer zonder de medewerking van Cathja Maas. Maar ik verzeker u, ze heeft over onze schouder meegekeken. Menno Sticht zal haar missen. Marianne van Leeuwerden zal, zodra ze de verhuisdozen heeft uitgepakt in Nijeveen, de redactie komen versterken. Voor dit nummer was zoveel kopij dat verschillende artikelen, ontvangen van buiten onze gemeente, niet geplaatst zijn. Die liggen al op de plank voor het volgende nummer. De redactie wenst u toe dat uw dromen in dit nieuwe jaar dichter bij hun verwerkelijking zullen komen.
Elke eerste donderdag van de maand om zeven uur is er een avondgebed in onze kerk. Een moment van rust in de hectiek van het dagelijkse leven: stilte, muziek, een lied, een lezing, een gebed. De conservatoriumstudent die afgelopen keer ons op de piano begeleidde, verzuchtte dat hij het zo heerlijk vond om de stille kerk binnen te gaan en dat moment van rust te hebben, komend uit de onrust van de stad. Er zijn veel mensen die de stilte zoeken. Enkele gemeenteleden die vaak op het avondgebed komen vroegen zich af of het niet mogelijk is 's avonds vaker die stilte in de kerk te vinden. Dat is nu mogelijk! In overleg met kerkenraad en koster is afgesproken dat op de donderdagavonden als er geen avondgebed is, de kerk van 19.00 tot 20.00 uur open is voor stil gebed. In februari begint dit en voorlopig is het voor vier maanden, daarna zien we weer verder. De kerk zal niet heel koud zijn ('de kou eraf', zoals dat heet) en de toegang is via de poort. Wees hartelijk welkom!
Na Pasen, eind maart, begint mijn studieverlof. Pas in augustus zal ik er weer zijn. Voordat het studieverlof begint, hoop ik nog bij een aantal van u op huisbezoek geweest te zijn. Nieuw is dat onze medewerkster kerkelijk bureau, Willy van Viegen, u opbelt om een afspraak te maken. Het is heel fijn dat zij dat doet, want zij probeert het zo praktisch mogelijk af te spreken, zodat op een middag of ochtend mensen die bij elkaar in de buurt wonen, bezocht kunnen worden. Als u graag nog vóór mijn studieverlof een huisbezoek wilt, schroom dan niet met haar (maandag-, dinsdag-, donder- en vrijdagmorgen van 9.00 tot 13.00 uur, tel. 231 15 01) contact op te nemen. U heeft trouwens kans dat zij u al gebeld heeft! Mijn telefonisch spreekuur blijft staan en natuurlijk is mijn bereikbaarheid in dringende gevallen niet aan kantooruren gebonden. Als het nodig is, kunt u altijd bellen.
Wat mijn studieverlof betreft: het is erg fijn dat al bijna twintig gemeenteleden gereageerd hebben op mijn fotoproject (zie de Menno Sticht van september). Dertigers, veertigers, vijftigers, zestigers, zeventigers en tachtigers (de laatsten gaven zich als eersten op) doen mee, prachtig! Allen veel dank hiervoor, ik neem contact met u op om een afspraak te maken. Alleen mis ik nog twintigers. Is er nog een jongere die mee wil doen?
Het nieuwe jaar is al weer ver op streek, maar de kerst- en nieuwjaarskaarten
hangen nog en daaronder zijn er veel van gemeenteleden. Heel hartelijk dank
daarvoor! Mijn late, beste wensen voor u allen.
ds. Renata Barnard