Hieronder volgen enige berichten uit het gemeenteblad, de Mennosticht van December 2005 van de Doopsgezinde Gemeente Utrecht.


Van de redactie

Kerstfeest nadert. Het feest van licht en verwachting. Het feest dat daarom wordt gevierd als de dagen juist weer gaan lengen. En dat ons hart warmt tegen de winterkou. In dit nummer veel aandacht voor de naderende kerstvieringen. Zowel voor die in de eigen gemeente als daarbuiten. De redactie wenst u gelukkige kerstdagen en een prettige jaarwisseling


 Van de predikante

Een bijzondere ontmoeting was het met die veel oudere collega die al zoveel jaren predikant was. We raakten aan de praat, volop. Hij vertelde verhalen uit een jarenlange praktijk, gekke en ernstige. Maar ons gesprek verdiepte toen we over advent kwamen te spreken. Want zoveel jaren advent vieren en misschien wel honderd keer voorgaan op zondag in advent, hoe is dat?

Altijd maar weer spreken en preken
over hoop en verwachting,
over een nieuwe zomer die zal komen,
over tekenen des tijds,
over een toekomst die boven het heden zal uitgaan,
over licht dat in de wereld komt -
preken, altijd weer preken,
in de tijd van de wederopbouw,
in de tijd van de Hongaarse revolutie,
tijdens de koude oorlog,
de bouw van de Berlijnse muur, de val van de muur,
in de tijd van de Golfoorlogen,
in de tijd van de apartheid en met de omwenteling in Zuid-Afrika,
in deze tijd van wereldwijd terrorisme,
van intifada’s en een nieuwe muur,
van tsunami’s, overstromingen en aardbevingen,
in deze tijd waarin in ons land vluchtelingen op straat zwerven
en de armoede toeneemt
in deze tijd van......

Hoe doe je dat? Hoe blijft het licht van Christus voor je branden? Dooft de hoop niet, langzamerhand? Prachtig hoor, adventskaarsen aansteken, maar verwordt dat niet tot een hol gebaar, tot leuke folklore?
Het was een tijdje stil. Hij aarzelt, zoekt naar woorden.
‘Nee’, zegt hij tenslotte, ‘de hoop dooft niet -
ja, soms/ even,
maar uiteindelijk: nee.’
 

‘Er zijn momenten dat je denkt -hij spreekt langzaam, kiest zijn woorden zorgvuldig: 
nu is het op, deze advent, ik heb geen hoop meer. De wereld staat weer eens in brand en die toekomst van vrede waar we zo naar uit zien, lijkt nooit te komen.
Maar dan ga je naar de kerk en is er een kind dat de kaarsen aansteekt. Een kind, teken van hoop.
Je spreekt woorden die groter zijn dan jezelf. Eeuwenoude woorden die op dat moment over de hele wereld gesproken worden en op de een of andere manier wordt het je wat lichter om het hart.’
Hij zwijgt even, zegt haast verontschuldigend:
‘Begrijpen doe ik het ook niet. Maar door ‘gewoon’ te dóen, door woorden van hoop en verwachting te lezen, door het symbool van het licht te laten spreken, door zo samen te zijn, valt de scepsis van je af.
Dan weet je dat het gaat om een struikelend voortgaan, een koppig volhouden dat we niet naar de afgrond gaan, maar naar een andere toekomst. En door dat volhouden wordt die toekomst mede gerealiseerd. Dan kijk je om je heen met andere ogen.’

Soms lukt het me, anders kijken. Bijzondere momenten zijn dat.

Dat wens ik u ook toe in deze dagen op weg naar Kerst: kijken met andere ogen, tekenen van hoop zien waar die er op het eerste gezicht niet lijken te zijn.

Een goede Advent en Kerst wens ik u allen!

Ds. Renata Barnard


Van de kerkenraad

De kerkenraad is blij dat ds Noord sinds november terug is van zijn studieverlof. We hebben nu weer twee predikanten tot onze beschikking, en dat is erg prettig.

De ledenvergadering van 13 november is goed verlopen. De begroting voor 2006 is aanvaard. Besloten is de nieuwe kerkelijke organisatie, met een koster voor 60% en een medewerker kerkelijk bureau voor 40%, te continueren. De tijdelijke dienstverbanden van Jan van Strien en Willy van Viegen zijn omgezet in dienstverbanden voor onbepaalde tijd. Ook is besloten het beleidsplan te actualiseren. Het beleidsplan loopt tot 2010. Dit betekent dat we op de helft zijn. Het lijkt ons een goed idee even pas op de plaats te maken, en te kijken welke punten extra aandacht kunnen gebruiken. Er komt een groepje dat hiermee aan de slag zal gaan. Als het u leuk lijkt mee te doen met dit groepje, kunt u zich melden bij de kerkenraad. Het conceptverslag kunt u vanaf januari meenemen uit de kerk.

De kerkenraad heeft besloten de kerkzaal anders in te richten. Er blijven vijf rijen banken staan, en er komen drie nieuwe rijen stoelen bij. Dit zijn dezelfde stoelen als die we al hadden, zodat we straks vijf rijen stoelen hebben. Er komen ook stoelen met armleuningen voor mensen die dat prettiger vinden. Door deze opstelling zijn we flexibeler en kunnen we vaker een andere opstelling maken. Ook denken we dat het zitcomfort, vooral voor ouderen, toeneemt.

In de advents- en kerstkaart die u met de post hebt gekregen voor de eerste advent, stond een foto van de besneeuwde Oudegracht. Deze foto is door onze koster Jan van Strien gemaakt in maart(!) van dit jaar. Mooi he?

Er zijn geen bezwaren binnengekomen tegen de kandidatuur van br Van der Laag. Dat betekent dat met ingang van 1 december Han van der Laag lid is geworden van de kerkenraad. Wij zijn hier heel blij mee.

De liederenbundel Tussentijds die u zo nu en dan aantreft bij de Orde van Dienst, is ons geschonken door het Baukje Koningfonds.

Namens de kerkenraad

Laura van Rossum du Chattel


Van de predikant

Vernieuwend woord

            Ja,

            zoals neerdaalt de regen en de sneeuw uit de hemel,

            en daarheen niet terugkeert dan nadat hij de aarde heeft gelaafd,

haar heeft doen baren en laten uitspruiten, -

en zaad heeft gegeven aan de zaaier en brood aan de eter, -

zó zal mijn woord zijn

dat wegtrekt uit mijn mond:

het keert niet ledig tot mij terug, -

dan nadat het gedaan heeft wat mij behaagt

en heeft doen lukken waarvoor ik het uitzond.  (Jesaja 55: 10-11)

 

Tijdens mijn studieverlof maakte bovenstaande tekst veel indruk op me. De woorden maakten deel uit van de collegeserie Algemene inleiding in de christelijke spiritualiteit die ik in de maanden september en oktober volgde. Aan de hand van deze woorden deden we een praktijkoefening in de lectio divina.

De lectio divina is (kort gezegd) een leesmethode die je kunt gebruiken zowel voor bijbelteksten alsook voor andere teksten. Je neemt het boek op en leest. Je komt aan het woord, eerst in ontvangende zin, maar dan ook in vragende zin. Je speelt met de woorden, leest hardop of zacht, legt bepaalde accenten, leest nog eens over, negeert hele passages, geniet van sommige, kraakt andere.

Zo komt het woord in jezelf en wordt aan het licht gebracht wat het woord jou persoonlijk te zeggen heeft. Totdat je ten slotte plotseling bemerkt dat het woord beweegt, terugwil naar zijn oorsprong. Zo geef je het woord terug en ga je mee met zijn beweging. Het is alsof je zegt: jij hebt toen en daar dit woord gezegd; mag het ook voor mij hier en nu gelden?

Nu begrijp ik dat voor u het bovenstaande mogelijk vrij cryptisch klinkt. Toch zou u dat ook zelf eens kunnen proberen, misschien zelfs aan de hand van bovenstaande tekst uit Jesaja. Waar worden we zelf geraakt door de woorden, waarin herkennen we ons, maar ook: waar zijn de woorden te groot voor ons om zomaar te bevatten?

Het woord dat neerdaalt zoals de regen of de sneeuw, het woord dat de aarde laaft en haar heeft doen baren of laten uitspruiten. Het brengt me bij Maria in het kerstevangelie. Na het ‘Eer zij God in de hoogste hemel’ van de engelen, staat er te lezen: ‘Maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken’ (Lucas 2: 19).

Ineens is daar een moment van intense verstilling in de veelheid van beelden van Kerstmis.
Hier is één, een vrouw, die in de veelheid van geluiden zoekt en zich inleeft in en oriëntatie zoekt bij Degene die de bron is van het woord.
De overgave van Maria is een voorbeeld van de goede lezer (of: hoorder/ verstaander). Als het woord werkt moge het woord dan werken in mij! Dit werken heeft een enorme zegenende kracht.

Het geeft voldoening in de zin dat je ervan mag genieten, en in de zin dat het goede dingen bewerkt. Het is de weg van Maria: bewaar het woord in je hart.

Zo gaan wij de komende weken op weg naar het kerstfeest, blijde dagen in een vaak zo donkere wereld. Dagen waarin naast veel vrolijkheid, ook veel stil verdriet en stille innigheid bestaat. Wat betekent de komst van dit Kind voor ons, voor mij? Herkennen we iets van Maria die stil werd en de woorden bewaarde in haar hart en erover bleef nadenken?

zoals neerdaalt de regen en de sneeuw uit de hemel,
en daarheen niet terugkeert dan nadat hij de aarde heeft gelaafd,
haar heeft doen baren en laten uitspruiten

Waar zijn we zelf in dit verhaal aanwezig? Misschien dat we niet eens zoiets moeilijks als de lectio divina nodig hebben om die vraag te verstaan. Waar zijn we zelf, en vooral: wie zíjn we zelf? Kerstfeest is een feest van beweging, en: van in beweging komen. Zoals de herders op weg gingen in het veld en de drie koningen later hun geschenken brachten. Tegelijkertijd betekent Kerstmis dat we als mensen in onszelf, in het eigen hart, bewegen, bewogen worden. Nergens in het kerstevangelie staat dat de werkelijke bron verborgen gehouden moet worden. Overal in het verhaal straalt de vreugde over de boodschap van de komst van het Licht ons tegemoet.Wat ontvangen we dan zelf en wat geven we terug? Waar stemmen we in, wat stemt met jou in? Zo komen we de a(A)nder tegen: wat heb je Hem te zeggen?

zó zal mijn woord zijn
dat wegtrekt uit mijn mond:
het keert niet ledig tot mij terug,

Ik wens ons allen heel vreugdevolle kerstdagen, waarin we veel vernieuwende woorden mogen horen en lezen.
Woorden die niet zomaar vruchteloos terugkeren tot Hem, die de bron van leven en licht is.
Ds Alex Noord


Kerstmaaltijd en kerstviering op 24 december

Op zaterdag 24 december a.s. is er weer de jaarlijkse kerstmaaltijd, gevolgd door een kerstviering voor jong en oud. Tijdens deze viering kunt u genieten van een kerstspel door de kinderen van de kinderdienst en ‘Kom in de kring’. Ook wordt er een kerstverhaal verteld.
Iedereen is van harte welkom!
De maaltijd begint om 17.00 uur, waarna we om 18.00 uur met de kerstviering beginnen


Avondbijbelkring (te houden in Maarssen)

Donderdag 19 januari 2006 zijn we van plan de eerste brief van Paulus aan Timoteüs in zijn geheel te lezen. We hopen dat iedereen die komt de brief thuis leest. Tijdens de bijeenkomst gaan we dan in op dingen die je zijn opgevallen of vragen die bij lezing bij je zijn opgekomen. Neem dus ook je bijbel mee!

Ineke Reinhold zal deze avond leiden en op deze avond ook afscheid nemen van deze Bijbelkring. Vanaf februari zal de kring door Alex Noord geleid worden.

Plaats: Bij Anja en Wim Boegborn in hun nieuwe huis


Kerst-Inn maaltijd op tweede kerstdag

Voor alle mensen die eens wat anders willen, vindt er op tweede kerstdag een Kerst-Inn maaltijd plaats in onze kerk. De maaltijd zal in de vorm van een lopend buffet worden aangeboden. U wordt verwelkomd om 18.00 uur. Tijdens het buffet krijgen mensen de gelegenheid om in de vorm van een gedicht, liedje of verhaaltje te vertellen over hun mooiste KERST-INN.
Els van Ommen


Rita van der Wijk – Kaethler, kerkenraadslid

Met ingang van 21 augustus is ze kerkenraadslid geworden. Een doopsgezinde met internationale wortels. Eén van ons. Lid van de DGU sinds haar komst in Nederland in 1980. Ook een tijd kerkenraadslid in de jaren ’80. Getrouwd met Heiko van der Wijk. Moeder van drie kinderen. Groot geworden in Paraguay, en verder gevormd in Canada. Vertrouwd met een rechtzinniger doperdom dan de meeste andere leden van onze gemeente. Een zuster voor wie Mennoniet even veel zegt als Doopsgezind.

 Wat ga je doen binnen de kerkenraad?
Ik ben algemeen lid van de kerkenraad. Naast Arry Knobbe en Freddy den Herder ben ik lid van de begeleidingscommissie van de predikanten. Verder sta ik open voor allerlei éénmalige en langere termijn opgaven die op mijn weg komen. Ik heb ook taken behouden die ik al had, zo ben ik contactlid en één van de vele hulpkosters.

 

Waarom heb je ‘ja’ gezegd, toen je gevraagd werd?
Als lid van deze gemeente ontvang ik veel om mijn geloof te voeden. Zo is het voor mij vanzelfsprekend dat ik op een of andere wijze iets bijdraag aan het gemeente zijn. In de afgelopen jaren heb ik tijd besteed aan mijn gezin en een studie. Er is meer ruimte gekomen die het mogelijk maakt om een plaats als deze in te vullen.

 

Met welke verwachting ben je lid van de kerkenraad geworden?
Aan het lidmaatschap van de kerkenraad zitten verschillende kanten. Aan de ene kant is het mooi om je in dienst te stellen van de gemeente. En daarmee eigenlijk in dienst van de Eeuwige. Aan de andere kant heb ik het gevoel dat met het lidmaatschap van de kerkenraad mijn plaats in de gemeente verandert. Ik kan aangesproken worden op het reilen en zeilen van het gemeentewerk, hetgeen mij kwetsbaar maakt. De belofte van mijn zusters en broeders om mij te steunen in het gemeentewerk en hun zegen lied tijdens mijn bevestiging, hebben ertoe bijgedragen, dat ik met vertrouwen van wal ben gestoken.  

Wat is je eerste indruk na drie maanden?
In mijn waarneming is er een heel plezierig contact tussen de kerkenraadsleden onderling. Voor het goede functioneren van de gemeente moeten er veel dingen gebeuren. De kerkenraad neemt een aantal van die taken op zich. Zo is er veel te doen om, als het ware, een mooi werkstuk te realiseren. Er gaat veel tijd in zitten, maar in een heel plezierig werkklimaat ervaar ik vreugde en verbondenheid.


Arminiaensche Marckt 2005

Op 29 oktober jl. was het weer Arminiaensche Marckt. Ook dit jaar weer in het kerkgebouw van de Doopsgezinde Gemeente: boeken in de hal, kleding en huishoudelijke artikelen in de kerkzaal en ‘koffie en koek’ in de Milde Menno, in de gemeentezaal.

Degenen onder u die de markt hebben bezocht, kunnen beamen dat het druk was maar in een gezellige en goede sfeer.

Een mooi bedrag heeft de marckt opgeleverd, dankzij de inspanning van de vele medewerkers en van de aanbrengers van de boeken, kleding en andere spullen. En dankzij de gasten van de Milde Menno!

 Vorige week zijn Stef Knuvelder en Peter Reinhold bij de zusters Augustinessen in de Waterstraat op bezoek geweest om de cheque van € 2.500,- te brengen. De zusters waren zeer verguld met de bijdrage van de Arminiaensche Marckt. Zij kunnen het goed gebruiken voor hun werk, o.a. de opvang van meisjes die niet thuis terecht kunnen.

Zij vroegen ons om hun dank over te brengen aan de medewerkers van de markt. Hierbij!

Peter Reinhold


Jeugdpagina

Kom maar in de kring:
Op eerste advent hoorden we het verhaal van een koning, die alleen maar van rood hield. Alles moest rood zijn: alle kleding van de mensen, zijn kasteel, zijn eten…alles. Maar de kinderen in zijn rijk vonden dat maar saai. Ze plantten allemaal bloemen in de paleistuin, met allemaal verschillende kleuren. Een prachtige tuin werd het!

 En de koning? Die moest er maar vandoor, op zoek naar een land waar alles rood was…
We maakten allemaal een bloem, en zetten die bij elkaar in een heuse tuin. Wat een mooi gezicht!

 

Staop-op / 15+
De laatste keer dat we bij elkaar kwamen waren we bijna voltallig! Ook Ronald was er weer bij, die als trotse vader een mooie slab voor Kjeld in ontvangst nam van Myrthe. We begonnen met een lunch en het aansteken van de kaarsen. Daarna lazen we een verhaal uit Beeldspraak: het verhaal van de verloren zoon. Een verhaal dat veel reacties opriep: Je gaat toch niet zomaar van huis weg? Sorry hoor, maar dat vind ik echt hobbyloos! Sommigen vonden het oneerlijk dat er zo’n groot feest georganiseerd werd voor een zoon die er zomaar vandoor gegaan was. Hij had zijn vader toch veel verdriet gedaan? En die oudste zoon dan, die had zijn vader moeten troosten, was bij zijn vader gebleven…waarom was er geen feest voor hem? Sommigen konden zich de boosheid van de oudste zoon goed voorstellen! Anderen vonden het vreemd dat die oudste zoon niet net zo blij was als de vader dat de jongste weer terug was. En probeer je eens te verplaatsen in de vader: Zou je niet liever een zoon hebben die weggaat en gelukkig is, dan eentje die braaf thuis  blijft maar ongelukkig en knorrig is? Veel stof tot nadenken dus.

Ronald en Jan Fokke.


Van de organist

Een oude dame van lokkend postuur

De afgelopen maanden heeft de kerkzaal een facelift ondergaan. Br. Teije Bakker, het moet in alle toonaarden worden gezegd, heeft hier veel tijd, energie, betrokkenheid en denkwerk in gestoken. In de aanloop naar dit ‘onderhoudsproces’ kwam ook het uiterlijk van ons orgel in beeld én in gesprek.

Het orgel had al jaren een wat grijs, wat grauwachtig uiterlijk. De muzikale inhoud van het orgel had weliswaar nog steeds de waardigheid van die deftige, oude dame uit 1870, maar aan haar uiterlijk postuur was toch iets veranderd.

Dat had zijn beslag gekregen bij de kerkzaalrestauratie van 1981. Oorspronkelijk was het uiterlijk van ons orgel geschilderd in een wat Rococo, room-witte tint. In 1981 nam de toenmalige voorzitter van de kerkenraad en tevens voorzitter van de restauratiecommissie, volstrekt eenzijdig en dus zonder enig overleg, de beslissing het orgel in een grijstint te laten schilderen. Toen ik bij de her-ingebruikname van de kerkzaal geconfronteerd werd met dit ‘grijze feit’, was ik vergramd én verdrietig. Mijn deftige oude dame uit 1870 had haar lokkend postuur verloren

Tijdens de aanloop naar de recente restauratie van de kerkzaal zocht br. Teije Bakker wél contact met de organist. ‘Wat gaan en kunnen we doen met het uiterlijk van ons orgel, want dat grauwe-grijs past niet in de kleurstelling die we voor ogen hebben voor de kerkzaal.’

Voor mij was dit een unieke kans om mijn oude dame, òns orgel, weer haar lokkend postuur te laten herkrijgen.

We hebben oude foto’s bekeken, gesproken met de orgelbouwer die ons orgel op zeer dierbare wijze met goede zorgen omringt, wat onderzoek gedaan naar oude verflagen etc.

Dat resulteerde in een m.i. goede beslissing, ons orgel weer haar oorspronkelijke kleur te geven. Hoewel de ‘inhoud’ van de oude dame, ons orgel, nooit is ‘belaagd’ of aangetast (dat zou ik als organist ook niet geaccepteerd hebben) mag ik me nu verheugen in het feit dat ons orgel, samen met haar klankschoonheid, weer straalt als…’een oude dame van lokkend postuur’.

De muzikale ‘ondeugd’ van deze oude orgeldame zit in haar essentie, haar unieke klankconcept.

Dat is de inhoud, nog altijd van grote kracht en waardigheid. Als inhoud én uiterlijk weer zodanig in harmonie kunnen zijn, dat het lokkende, dat samenhangt mét die inhoud ook weer te zien is aan het uiterlijke postuur, dan mogen we ons nu weer verblijden in een wel zeer waardevol orgel, al 135 jaar ‘pront’ aanwezig binnen de singels van de oude domstad.

Dan voel ik mij zeer bevoorrecht, dat ik als organist van dit orgel, al bijna 42 jaar, een diep verbonden genegenheidrelatie màg beleven, met deze uniek muzikaal klinkende oude dame, van nu weer room-wit lokkend postuur.

Jaap Huibers

organist DGU


Het studieverlof

In mijn bijdrage voor het herfstnummer van de Menno Sticht blikte ik al kort terug op de periode van mijn studieverlof. Hier wil ik dat uitgebreider doen. Niet nadat ik mijn dank heb uitgesproken aan u allen, dat u mij de mogelijkheid hebt gegund om drie maanden te studeren en nieuwe ervaringen op te doen. Ik dank collega Renata Barnard voor de vervanging; uit eigen ervaring weet ik hoe er ineens ‘werk voor twee’ op haar bordje kwam.

Wat heb ik zoals gedaan? Gelukkig kan ik u melden dat ik mijn (volgens sommigen: ietwat ambitieuze) studieplannen heb kunnen waarmaken. In de maand augustus was ik twee weken in de Provence om mee te doen aan een intensieve taaltraining in de Franse taal. Ik heb deze weken als bijzonder inspirerend ervaren en als een krachtig begin van mijn studieverlof. Het was spannend om twee weken zonder mijn gezin in Frankrijk te zijn, maar het leert een mens ook opnieuw te ervaren hoezeer hij verbonden is met zijn naasten. Dus inderdaad: ik heb mijn vrouw en kinderen gemist (en zij mij ook, gelukkig!).

Alles in Frankrijk ging in het Frans, niet alleen de zes tot acht uur (!) college per dag, maar ook: het ontbijt en de andere uitgebreide maaltijden. De cursus bleek een soort van ‘diplomatentraining’ te zijn; er waren deelnemers uit Brussel (de EU), Ierland, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland. Boeiend en inspirerend zoveel verschillende mensen en nationaliteiten te treffen.

Vervolgens heb ik mij na thuiskomst gestort op een literatuuronderzoek naar Marten Schagen, één van mijn voorgangers in de Utrechtse gemeente. Ik heb mij verdiept in de cultuur van de Republiek in de 18e eeuw, maar ook in het werk van Schagen als vertaler van de Engelse theoloog James Hervey. Ik heb een aantal interessante ontdekkingen gedaan die ik (in overleg met prof. Piet Visser) wil gaan neerleggen in een publicatie. Ook ben ik van plan om medio februari 2006 een gemeenteavond aan dit historisch onderzoek te wijden.

Verder heb ik me in mijn studieverlof bezig gehouden met het thema ‘spiritualiteit’, een woord dat je vandaag de dag overal hoort, maar waar je maar moeilijk de vingers achter krijgt. Ik heb een collegereeks Algemene inleiding in de christelijke spiritualiteit gevolgd aan de Katholieke Universiteit te Utrecht.

De studiebelasting besloeg ongeveer 210 uur. Het was boeiend te merken hoe in deze collegeserie een lijn werd getrokken van het alledaagse leven naar de theorievorming rondom spiritualiteit. Ik verheug me er op u ook in de uitkomsten van deze colleges te laten delen. De huissamenkomsten zullen in het voorjaar 2006 als onderwerp hebben: Spiritualiteit. We zullen daarbij ook het boekje gebruiken onder de titel Zal ik toch maar knielen (doopsgezinde spirituele teksten) waaraan Renata Barnard heeft meegewerkt.

Ten slotte wil ik u melden dat ik een aantal dagen in het klooster van Chevetogne (België) heb doorgebracht. Daar heb ik de spiritualiteit van het monnikenleven mogen ervaren, alsook de prachtige liturgische traditie die in dit klooster wordt bewaard. Ook heb ik in Hydepark (het Theologisch Seminarium van de PKN) een tweetal studiedagen rondom het thema ‘Religie in de samenleving’ gevolgd. Eén van de sprekers hier was professor Tjeu van den Berk, hij had een heel boeiend verhaal over hoezeer godsdienst in onze tijd opnieuw herontdekt zou mogen worden als een mogelijkheid om ingewijd te raken in de geloofsmysteriën.

Als ik het zelf zo allemaal op een rijtje zet (en u begrijpt: er is hierover nog veel meer te zeggen) dan ben ikzelf ook onder de indruk van alles wat ik heb gedaan. Misschien daarom was ik ook wel zo blij dat ik begin november mijn ‘gewone’ werk als predikant weer kon oppakken. Ik ben blij weer in uw midden te zijn. Ik hoop u de komende tijd te mogen laten delen in de inspiratie die ik heb opgedaan.

Nogmaals dank aan u allen dat ik dit allemaal heb mogen doen.

Ds. Alex Noord


Ringdag Midden Nederland

Op 23 april 2006 ontmoeten wij, leden en belangstellenden van de Ring Midden Nederland, elkaar op onze jaarlijkse Ringdag. Dit jaar organiseert de Doopsgezinde Gemeente Zeist deze dag. Wij willen u van harte uitnodigen onze gast te zijn.

Het thema van de dag is: Ontmoeting.

We willen ruimte bieden voor ontmoeting en gesprek in een programma dat is samengesteld met activiteiten die iets laten zien van wat ons als gemeente bezighoudt, inspireert en samenbindt. Zodat u ook ons, opnieuw, kunt ontmoeten. In het programma ligt het accent op dingen met elkaar doen en met elkaar in gesprek gaan. Het programma is bedoeld voor groot en klein.

 Anders dan andere jaren willen we, na de koffie, beginnen met de activiteiten. De resultaten brengen we samen in de viering. Als afsluiting eten we samen het middagmaal.

 Het definitieve programma presenteren we u uiterlijk maart volgend jaar. Maar om u alvast een indruk te geven van het programma, kunnen we vertellen dat we met hoofd, hart en handen aan het werk gaan en dat voor de liefhebbers van benenwerk ook een fietstocht is uitgezet.

 De ringdag begint om 10.00 uur en we eindigen om 14.00 uur. Zet 23 april in uw agenda.

 We verheugen ons erop u allen op 23 april 2006 te ontmoeten.

De kerkenraad van de Doopsgezinde Gemeente Zeist 


Lekenpredikers Midden Nederland

Na een jaar van nadenken hoe we, na het overlijden van prof. Jannes Reiling, verder zouden willen gaan, zijn we in september 2005 weer samengekomen onder leiding van dr. Cees den Heyer.

Bespraken en kritiseerden we de laatste jaren diensten die we zelf hadden gehouden, nu is gekozen voor een zogenaamd studiejaar. We zijn begonnen aan het boek van Peter van ’t Riet: Lukas versus Mattheüs (Kok Kampen 2005). Op 17 januari zijn de hoofdstukken 4 en 5 aan de orde. Dit boek is gekozen omdat het ons kan helpen bij het maken van een preek.

 Er is een mogelijkheid om aan deze bijeenkomsten deel te nemen. Als je belangstelling hebt, meld je dan bij ondergetekende of bij Jan Nienhuis. Je hoeft niet persé preekbeurten te vervullen. We komen samen bij Jan Nienhuis, Kriemhildeplein 9 in Amersfoort, ’s avonds van 20.00 tot 22.00 uur. Jan Nienhuis woont dichtbij station Amersfoort-Schothorst.

 De kosten voor een jaar bedragen één preekbeurt, maar de kosten mogen geen belemmering zijn om mee te doen. Van harte welkom dus!

 Namens het predikersteam Midden-Nederland,

Harry Schram 


Broeders en zusters,

Na lang aarzelen wil ik u deelgenoot maken van mijn ongerustheid.

Zoals de meesten van u zullen weten, ben ik van 1970 tot 1985 werkzaam geweest bij de Stichting Oecumenische Hulp aan Kerken en Vluchtelingen. Daarna heb ik als vrijwilliger nog 10 jaar werk voor vluchtelingen gedaan. En toen enkele jaren daarna een AZC vrijwel voor mijn deur kwam kreeg ik weer met vluchtelingen (toen asielzoekers genoemd) te maken. Nu, in deze tijd, is de term asielzoekers op de achtergrond geraakt, maar ze zijn er nog steeds. Het gaat in de media nu vooral over economische vluchtelingen, bolletjesslikkers en (moslim)terroristen.

Dat verontrust mij, want voor een deel zijn het nog dezelfde mensen die nu op één hoop gegooid worden als onwelkome vreemdelingen. En ook in onze broederschap bespeur ik op dit punt een verharding.

Ik zal u niet vervelen met een opsomming van bijbelteksten, maar raad u aan het Oude Testament maar eens door te kijken op teksten over de vreemdeling in de gemeenschap en lees Mattheus 25 vers 31 t/m 45 maar eens. Meer ruimte wil ik in deze Menno Sticht hier nu niet voor vragen, maar ik wil wel graag dat we in onze gemeente hierover in gesprek komen, want ik denk dat we hier voor een van de grootste vraagstukken van deze tijd staan. Hoe gaan wij met elkaar om en wat heeft ons geloof daarmee te maken?

Met broederlijke groet,

Henk Akkerman


Gods wegen zijn wonderbaarlijk

Overal waar u in dit verhaal het woord God leest mag u mijns inziens op die plaats ook de caritas (zorg) en de amor (liefde) tussen mensen denken. Immers: Ubi caritas et amor Deus ibi est, Waar zorg en liefde is daar is God.

Ik wil een verhaal vertellen van mensen op weg. Waarin een aantal personen, elk voor zich op zijn, op haar eigen weg een stukje van het, hún leven bewandelend, samen een wonderbaarlijke geschiedenis weven. Een echt gebeurd verhaal, een verhaal dat op dit moment nog niet af is, omdat wij mensen nooit weten wanneer het af is. En als bewijs van echtheid voer ik mijzelf aan, ik die dit verhaal nu vertel, een verhaal  dat onder meer over mijzelf gaat.

Een verhaal met de volgende door God gekozen spelers, elk op hun eigen levensweg gezet, totdat zij op wonderlijke wijze bijeenkomen.

Ik stel de spelers in chronologische volgorde aan u voor:

De eerste speler is een leraar Engels in Larantuka, een klein stadje op het eiland Flores in Indonesië.

De tweede speler ben ikzelf.

De derde speler is een verwarde jonge vrouw die ergens in de wildernis van de bossen van Oost-Flores leeft, alleen.

De vierde speler is een kind dat in de stam van een bananenboom geboren wordt.

De vijfde speler is een boer in Leworo’ok, op Oost-Flores, vader van vijf kinderen.

De zesde speler is een honingverkoper, die op Flores en aanliggende eilandjes rondtrekt om zijn wilde honing te verkopen.

En om het getal van de volheid te bereiken, de zevende speler is een vrouw in Wadenoijen in de Betuwe.

 

Nu ik deze zeven mensen aan u heb voorgesteld zult u begrijpen dat het verhaal grotendeels in Indonesië speelt en wel op Oost-Flores. Weet u nog, Bali, Lombok, Sumbawa, Sumba, Flores, Timor?

 

Op de uiterste oostpunt van Flores ligt aan de voet van een hoge groene uitgedoofde vulkaan het haven-stadje Larantuka. Het is de hoofdstad van het district Flotim, Flores Timur, Oost-Flores. Thomas Boro is daar sinds de jaren zeventig leraar Engels op een katholieke middelbare school. Hij is geboren in het dorpje Witihama op Adonara, het oostelijke buureiland van Flores. Tja, dat hoefden wij op school niet te leren, maar tussen Flores en Timor ligt nog een hele rits eilanden, waarvan het eerste Adonara heet. Omdat Thomas redelijk Engels spreekt, iets wat je van een leraar Engels mag verwachten, èn omdat zijn aard er naar is, zoekt hij waar het maar kan contacten met toeristen die het schilderachtige Larantuka, met zijn Portugese geschiedenis, aandoen. Via die contacten hoopt hij mensen te interesseren voor de noden van zijn school en van de leerlingen van die school. Veel toeristen komen er niet, behalve zo omstreeks Pasen, wanneer op Goede Vrijdag in het zeer katholieke Larantuka een Mariaprocessie rondtrekt. Uit de wijde omgeving komen dan de boeren en de vissers met hun vrouwen, deze in hun prachtige traditionele vaak nog zelfgeweven dracht, aan deze plechtigheid deelnemen. Verder is het een stil stadje.

 

In november 1984 word ik door de universiteit Utrecht in het kader van een samenwerking uitgezonden naar de Gajah Mada-universiteit van Yogyakarta op Java. Ik geef daar drie maanden lessen aan de staf van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Ik ben vanaf het begin van mijn verblijf daar gefascineerd door de Indonesische samenleving en probeer zo snel mogelijk zoveel Indonesisch te brabbelen dat ik contact kan leggen met de mensen, op straat, in de winkels, in de busjes onderweg, op de scholen, op de universiteit, waar dan ook. In de contacten met studenten valt mij op dat zoveel jonge mensen van achttien tot eenentwintig jaar nog in de vierde, vijfde, zesde klas van de middelbare school zitten. Ik kom er achter dat geldproblemen hen verhinderen de school te volgen, geregeld moeten zij thuis, op het land, bijspringen om elke dag weer voldoende bordjes rijst te garanderen. Na een jaar, soms twee jaar, wordt de school weer hervat. Er is geen misverstand over de oorzaak van deze schoolvertraging. De stafleden aan wie ik mijn colleges geef, bevestigen mijn waarneming. Ergens in die Indonesische tijd in Yogyakarta neem ik het besluit hier te helpen. Na die drie maanden lesgeven zit mijn taak erop en mag ik nog een paar weken op vakantie. Ik besluit om Timor en Flores te bezoeken. Eerst anderhalve week op Timor, waar ik opnieuw en in nog sterkere mate waarneem dat jongeren regelmatig een jaartje school over slaan, in verband met financiële problemen thuis. In nog sterkere mate dan op Java, want deze uithoekprovincie van Indonesië, met als hoofdstad Kupang op Timor, is zeer arm. Dan neem ik de veerboot naar Flores. Eind februari 1985 kom ik met de boot vanuit Kupang, op de westpunt van Timor, na een vijftien uur durende nachtelijke boottocht in Larantuka aan. Het uitzicht hier is werkelijk adembenemend, in de vroege ochtenduren. Al op mijn eerste wandeling langs het strand komt mij een busje achterop rijden, het houdt stil, een man springt eruit en komt op mij af: Thomas Boro. In de paar dagen dat ik in Larantuka ben, raken wij bevriend en ik bespreek met hem mijn voornemen kinderen tijdens hun schooltijd op de lagere en middelbare school te helpen. Wij spreken af dat onze voorkeur zal uitgaan naar weeskinderen of kinderen die hun vader verloren hebben. Thomas is sindsdien, sinds maart 1985 tot nu toe, mijn betrouwbare middelaar geweest, onze vriendschap heeft zich steeds verder verdiept.

 

Het dorp Leworo’ok bereik je over de enige belangrijke weg die, in Larantuka beginnend, van oost naar west over Flores loopt. Na zo’n 30 kilometer met de bus rijden over de kustweg, met een schitterend uitzicht over baaien en kapen, over zeestraten en vulkanen, is het daarna nog een uur lopen, bergopwaarts het binnenland in. In de buurt van Leworo’ok woont een jonge vrouw van wie het denken langs andere lijnen danst dan het onze. Zij woont niet in het dorp maar leeft in de bossen, een uurtje lopen van het dorp. In een zeer laag hutje, voor- en achterzijde open, met een matje op de grond, wat potten, een waterkruik. Zij praat met planten en vruchten en bomen, leeft ermee en leeft ervan. De dorpsbewoners kennen haar en behandelen haar met respect. In het dorp heeft zij wel familie, die familieband toont nauwelijks leven. Een of twee dorpelingen komen wat vaker in de buurt van de plek waar zij woont en hebben een soort vertrouwensband met haar.

 

Op een julidag in 1990 komt één van de dorpsbewoners vlak in de buurt van haar hutje en de vrouw toont hem een babytje, een pasgeboren jongetje dat in de holle stam van een bananenboom ligt. Het is háár kind, de navelstreng heeft zij met haar tanden doorgebeten. Maar er is geen vader, die is verdwenen en onbekend. De dorpeling overreedt haar met het kind naar het dorp te gaan, zodat beiden betere verzorging kunnen krijgen. Maar na een maand vlucht zij weer het bos in, het kind achterlatend. De familie wil het jongetje in een weeshuis onderbrengen. Dan biedt een boer, Thomas Koten, vader van al enkele kinderen, aan dit kind in zijn huisgezin op te nemen. Het kind krijgt de naam Tedy Koten en weet tot op de dag van vandaag niet beter dan dat zijn vader en moeder Koten heten. De jongen kent zijn werkelijke moeder niet. Hij volgt de lagere school, daarna de eerste drie klassen van de middelbare school, steeds met zeer goede prestaties. Hij wil nu graag naar de bovenbouw, maar zijn vader aarzelt: er zijn ook de kosten van zijn vijf andere kinderen.

 

Inmiddels is Thomas Boro gepensioneerd en haalt elke maand in het postkantoortje van zijn geboortedorp op Adonara zijn kleine pensioentje op. Hij vaart dan twee uur met de boot van Larantuka naar Waiwerang, de hoofdplaats van Oost-Adonara, beurt zijn pensioen en werkt een weekje in de moestuin van zijn ouderlijk huis, waar zijn jongere zus nog woont. Dan gaat hij weer naar Larantuka. In een van die weken bij zijn zus zit hij vlak voor de avondschemering uit te rusten van het veldwerk, op de veranda aan de voorzijde van het huis.

Een jongeman komt langs en roept ‘Bapak guru’, ‘mijnheer leraar.’ Thomas kijkt verwonderd naar de man die hij niet kent. ‘Bapak guru’, ‘hoe gaat het ermee?’ Thomas nodigt de vreemde uit naast hem te komen zitten. ‘Hoe kent u mij?’ De jongere man vertelt dat hij weliswaar niet op de school heeft gezeten waar Thomas leraar Engels was, maar dat hij Thomas als in aanzien staande leraar wel kende, van naam en van gezicht. Verrast zijn zij beiden, elkaar op een ander eiland te treffen. De man reist rond en verkoopt op Flores en de twee naburige eilanden Adonara en Solor zijn honing, die hij op Flores in de bossen verzamelt. En ...... Thomas vraagt de honingverkoper of die op zijn rondreizen van dorp tot dorp ook van schoolkinderen weet die financiële hulp nodig hebben. Deze honingverkoper, hij heet Albertus Goleng, komt uit Leworo’ok en vertelt over Tedy.

 

In 2004 schrijft Tomas Boro mij de naam van Tedy Koten. En ik breng die naam over naar een goede vriendin, die in Wadenoyen woont. Zij heeft na de plotselinge dood van haar man een stichting opgericht met het doel jonge mensen te helpen bij het vinden van een positie in het leven. Zij en de stichting adopteren deze jongen voor de duur van zijn schooltijd.

 

Op 9 juli van dit jaar bracht ik het geld voor het eerste jaar studeren op de bovenbouw van de middelbare school naar Tedy en zijn pleegouders. Hij is met glans voor het toelatingsexamen voor deze in hoog aanzien staande school geslaagd, tot vreugde van het hele dorp.

 

Hoe heeft God het voor elkaar gekregen om deze zeven mensen naar zijn hand te zetten, in zijn hand te laten wandelen, langs de levenslijnen van zijn hand. Wonderbaarlijk. Gods wegen zijn wonderbaarlijk.

Huub Biessels


Doopsgezinde gemeenten Baarn-Soest en Huizen-Hilversum trekken niet meer samen op

De doopsgezinde gemeente Huizen-Hilversum heeft geconstateerd dat de zustergemeente Baarn-Soest een pas op de plaats maakt op de weg naar fusie en het aantal gemeenschappelijke diensten wil terugbrengen. Die ontwikkeling past niet binnen de overeengekomen intentie tot nauwere samenwerking.

Begin 2005 bleek de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Hilversum onverwacht bereid tot gemeenschappelijke diensten met de doopsgezinde gemeente Huizen-Hilversum, toen hun Kapel werd verbouwd. Hierdoor groeide het contact en is de wederzijdse wens ontstaan nauwer samen te werken. Dit leidde tot de behoefte bij de doopsgezinde gemeente Huizen-Hilversum toe te treden tot de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Hilversum.

De kerkenraad van de doopsgezinde gemeente Huizen-Hilversum stelt de algemene ledenvergadering daarom voor de intentieverklaring met de zustergemeente Baarn-Soest te beëindigen om de weg vrij te maken voor toetreding tot de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Hilversum.

Op basis van een bericht in de Mennist, Jan Nienhuis 


Festival van Lessons en Carols bij de Schola Davidica
Eerste Kerstdag, zondag 25 december, Janskerk Utrecht, om 15.30 uur

Op de eerste kerstdag, zondag 25 december, voert de Schola Davidica om 15.30 uur het populaire Festival of Lessons and Carols in de Janskerk uit. De oorsprong van dit muzikale feest ligt in het Middeleeuwse Kerstspel. Het kerstverhaal wordt uitbundig voorgedragen en opgeluisterd met bekende en minder bekende Engelse Christmas Carols waarvan de oorsprong ook vaak al in de Middeleeuwen ligt. Zij werden de eeuwen door van nieuwe melodieën en bewerkingen voorzien, tot op de dag van vandaag.
De SCHOLA DAVIDICA laat ook dit jaar uiteraard een aantal liederen horen uit de bundel Discantemus die huiscomponist Gert Oost ter gelegenheid van het 20 jarig bestaan van het koor in 2003 schreef. Eén van de oudste carols waarvan tekst, melodie en meerstemmige zetting uit de 12e eeuw is overgeleverd zal dit jaar klinken in de (al evenoude) Janskerk: Angelus ad virginem! De mystiek van de Middeleeuwen heeft nog altijd een grote zeggingskracht. De wonderschone teksten en melodieën van Hildegard van Bingen (1098-1179) getuigen daarvan; daarmee zet de Schola Davidica dit jaar de toon van het Festival.

Organist Gert Oost begeleidt koor en samenzang op het fraaie Bätz-orgel, Lisette Bernt heeft de algehele muzikale leiding. Gezien de jaarlijkse toeloop raden we u aan tijdig naar de Janskerk te komen. De deuren gaan om drie uur open. De toegang is gratis, er is een collecte bij de uitgang.

Bron: www.scholadavidica.nl


Radio Oecumene Utrecht

Radio Oecumene Utrecht zendt elke zaterdagmiddag van vijf tot zes uur uit op kabelkanaal 103.4 FM. Deze programma’s worden elke woensdag op hetzelfde tijdstip op de kabel herhaald.

Alle programma's zijn na uitzending op de Utrechtse kabel nog geruime tijd via de website www.utrechtplus.nl te beluisteren.


 

 

VIJF BEVLOGEN

VROUWENDAGEN

Voor vriendinnen, zusters, dochters, moeders;

kortom voor alle vrouwen

 

een geheel verzorgd verblijf

van maandag 27 maart

tot vrijdag 31 maart 2006

 

 

met als thema: ‘VROEGE VOGELS’

van  Deborah via Wijntje Claesd., Aletta

Jacobs en Annie Mankes naar Annemarie.

 

Vijf dagen er even tussenuit om

zinvol en gezellig samen te zijn

 te fietsen, te wandelen,

 te lachen, te praten, creatief te zijn

tijd voor jezelf, voor elkaar en voor God.

 

Gastvrouwen: Mieke Wierda en Wijntje Bakker

 

De prijs van deze geheel verzorgde midweek bedraagt per persoon:

 

kamers met douche en toilet:    € 185,00

kamers met wastafel:                € 162,50

 

Informatie, folder en opgave bij het Doopsgezind Broederschapshuis Schoorl

Oorsprongweg 3, 1871 HA Schoorl, 072- 509 1274,

e-mail: info@dbhschoorl.nl