Hieronder volgen enige berichten uit het gemeenteblad, de Mennosticht 2006, nr. 1 (18 feb t/m 9 april) van de Doopsgezinde Gemeente Utrecht.
Een man en zijn vrouw zitten opgesloten, om hun geloofsovertuiging gevangen in de kerker. Al is het dezelfde gevangenis, ze mogen elkaar niet zien. Maar ze schrijven. Liefdevolle brieven vol geloof. Aan mijn allerliefste huisvrouw, zo schrijft hij, aan mijn beminde man in de Heer, antwoordt zij. Ze bemoedigen elkaar: ‘aldus, mijn allerliefste, heb ik een weinig geschreven, waarmee je je een weinig moogt versterken door des Heeren woord’. Lange, lange brieven heeft hij haar geschreven, bladzijden vol getuigenis, verslagen van zijn verhoren, vol bijbelcitaten. Van haar zijn minder brieven bewaard gebleven, maar ze zijn er wel.
Jeronimus is ketelaar, een koperslager, Lysken is huisvrouw en ze is zwanger. In september 1551 wordt hij als ketter verbrand. Zij mag de bevalling afwachten en wordt dan verdronken, het is een half jaar na zijn dood. Ze zijn dopers.Over een afstand van vijf en een halve eeuw las ik bij de voorbereiding van ons boekje een citaat uit beider brieven.En dat raakte me, meteen al en telkens weer bij overlezing. Dichtbij zijn die brieven, maar ook vervreemdend. Dichtbij in de liefde van deze mensen, maar ver weg in hun bereidheid de marteldood te sterven, in hun bijna ernaar uitzien om opgenomen te worden tot de hemelse bruidegom.
Mijn God, denk je, hoe is dat geweest, toen in die gevangenis, wetend dat je liefste daar ook is, en gaat sterven. En dan, die lange maanden wachtend op de geboorte van je kind dat je nooit zult zien opgroeien. En toch standvastig blijven. Waarvoor, denk je als gemakzuchtig mens van deze tijd. Waarvoor eigenlijk, - dit vraagt God toch niet van je? Had je niet beter bij je kind kunnen blijven? Zo is er ook vervreemding bij het lezen van zo’n tekst. Was dit nou nodig, lieve mensen?
Maar dan lees je dit opnieuw en je realiseert je de kracht die de mens in zich heeft om tegen elke overlevingsdrift in zijn overtuiging trouw te blijven. Toen en nu. Krachtig en zonder het gebruik van geweld. Ik moet denken aan de studenten van de Weisse Rose die nee zeiden in HitlerDuitsland. Omdat hun geweten zei dat dit niet mocht. Ik moet denken aan Aung Suu Ky uit Burma, al jarenlang onder huisarrest en symbool van geweldloos verzet, trouw aan haar volk. Die haar liefste niet mocht zien toen hij stervend was. Ik moet denken aan....
Wat prachtig, Lysken en Jernoimus, dat nu over een brug van vijf en een halve eeuw, jullie brieven ons wat te zeggen hebben. In een andere tijd, in een andere context die haast niet met die van jullie te vergelijken is. Hoe hadden jullie bijvoorbeeld ooit kunnen denken dat je brieven op internet te vinden zouden zijn, in de digitale bibliotheek van de Nederlandse letteren. Ons leven wordt niet bedreigd en al zeker niet om ons dopers geloof, -al leven we in een onzekere tijd- maar jullie woorden wijzen ons er weer eens op hoe belangrijk het is om dat wat wezenlijk is niet te verkwanselen. Om staande te blijven tegen de verslindende dieren, zoals Lysken schrijft. ‘Want de verslinder gaat rondom ons, soekende welke hij verslinden mag’. Elke tijd en elk mens hebben hun eigen verslindende dieren.
Lysken en Jeronimus reiken ons woorden aan om ons niet door de verslinders van welke aard dan ook te laten meeslepen. Ze bemoedigen ons. Ze spreken diep gemeend van geloof en godsvrucht en daar benijd ik hen wel een beetje om. Zo te kunnen geloven in alle benardheid.‘Vrees niet’, schrijft Jeronimus, ‘vreest niet mijn lief, want Godt is uwen Hooftman, Hij is uwe sterckheyt. hij is uwe Leydtsman, verlaet hem niet, hij en sal u niet verlaten. betrout op hem.’
En zij antwoordt hem: ‘Gedankt zij God die vader, die alzulke liefde voor ons gehad heeft en aan ons bewezen heeft.’
Dank je wel, Lysken en Jeronimus, dank je wel.
Ds Renata Barnard
Aangezien muziek een steeds grotere rol in onze gemeente speelt, is het noodzakelijk dat we over adequate apparatuur beschikken. Volgens de pianostemmer heeft onze piano in de gemeentezaal haar langste tijd gehad. Wie o wie heeft een piano voor de DGU? Denkt u bij opruiming, verhuizing etc. hier eens aan! Janny Tigchelaar-Smeding
Op zondag 26 februari 2006 zal in onze gemeente de geboortedankzegging plaatsvinden van een tweetal kinderen. Het gaat om Gerjanne Elizabeth Marijke van Dalfsen en Kjeld Auke Corné van Rooijen. De ouders van deze kinderen, Martine en Bart van Dalfsen en Liesbeth en Ronald van Rooijen, willen in deze dienst God danken voor het kind dat hun geschonken is. Dat doen zij heel bewust temidden van de gemeente. In een geboortedankzeggingsdienst spreken ouders en gemeente hun onderlinge verbondenheid uit.
Over de geboortedankzegging (of ook wel: kinderopdracht)
het volgende:
In de eerste plaats is een geboortedankzegging een uiting van dankbaarheid
voor de geboorte van een kind. Dat geldt natuurlijk speciaal voor de ouders,
maar ook voor de gehele gemeente. Deze dankbaarheid willen ouders en gemeente
met elkaar in verband brengen. In de tweede plaats willen de ouders hun
kinderen laten kennismaken met de gemeente waar zij bijhoren. Daar proberen
mensen met elkaar iets zichtbaar te maken van de manier van leven die bij God
hoort. Bij een geboortedankzegging wordt de gemeente herinnerd aan de
ondersteunende rol die zij kan spelen bij de gelovige opvoeding. Of zelfs in
de opvang als dat nodig is.
We hopen op een blije dienst waarin we geboorte mogen vieren als een geschenk van God. We wensen de ouders nu alvast een heel fijne dag toe.
Net als vorig jaren willen we ook dit jaar een zogenaamde vriendendienst organiseren. Het is de bedoeling dat alle leden en vrienden van de gemeente een vriend/vriendin, een familielid of een buurman/-vrouw meenemen naar de kerkdienst. Op deze manier kunt u een ander laten kennismaken met de doopsgezinde gemeente en met wat u bezielt. Het thema van deze dienst zal zijn: ‘In vriendschap verbonden’.
Misschien is het een leuk idee wanneer u uw vrienden/bekenden persoonlijk uitnodigt middels een kaartje met daarop een fraaie afbeelding van de Oudegracht. Maar u hebt misschien ook zelf een leuk idee. We verheugen ons op de ontmoeting op 26 maart a.s. Graag tot ziens!
Huissamenkomsten voorjaar 2006
De huissamenkomsten worden dit voorjaar gehouden in de laatste week van maart. Het thema komt uit het boekje ‘Laat ik toch maar knielen’ onder redactie van Pieter Post.
28 maart 20.00 uur IJsselstein/Nieuwegein/Vianen Zr Nanja ter Brake
29 maart 10.30 uur Overvecht/Zuilen/Tuindorp fam. G.J. Visser
30 maart 20.00 uur Maarssen/Breukelen/ Zr Rita van der Wijk-Kaethler
Vleuten/Leidsche Rijn
31 maart 10.30 uur de Bilt/Bilthoven/ Zr Tony Hagen-Fast
Maartensdijk/Lunetten/
Houten
NB Wie op de dag van de huissamenkomst in zijn/haar wijk verhinderd is, kan deze ook in een andere wijk bijwonen. Graag even aanmelden bij de gastvrouw/gastheer.
Luister Christen
Ik had honger en je richtte een studieclub over mensenrechten op
en besprak mijn honger. Dank je wel. Ik werd gevangen genomen en je sloop
stilletjes weg en bad voor mijn vrijlating. Ik was naakt en in je gedachten
vroeg je je af hoe onzedig mijn verschijning was. Ik was ziek en je knielde en
dankte God voor je eigen gezondheid. Ik was dakloos en je preekte tegen mij
over de geestelijke beschutting van Gods liefde. Ik was eenzaam en je liet me
alleen om te bidden voor me. Je lijkt zo heilig-- zo dicht bij God. Maar ik
heb nog steeds erge honger, en voel me eenzaam en koud. Waar zijn je gebeden
heen gegaan? Wat baat het een mens om een heel gebedenboek door te bladeren
als de rest van de wereld schreeuwt om zijn hulp? Vertaald uit ‘Agape’,
uitgave van de Mennonite board of Missions, gebruikt door Henk Akkerman in
zijn preek op 8 januari.
Wij zijn de DOV-ers. DOV-ers, hoe kom je nou aan zo’n vreemde naam? Een paar jaar geleden waren wij de 18+ groep, alleen de meesten van ons waren al lang geen 18 meer. Het werd tijd om door te schuiven en plaats te maken voor een nieuwe jonge 18+ groep. Aangezien er al een groep dertigers op woensdag was, die zich 30+ groep noemde, hebben wij een andere originele naam moeten verzinnen. Dat werd Dertigers Op Vrijdag, ofwel DOV! Inmiddels zijn we er aan gewend geraakt maar als u nog een betere suggestie heeft ?!!
Wat doen wij?
Eén keer per maand komen wij een avond bij elkaar. We eten met elkaar en
hebben elke keer een ander thema. Moeilijk om steeds weer wat te bedenken? Nee
hoor, we hebben zelfs nog een voorraadje liggen! De laatste keer voor de
zomer-vakantie hebben we altijd een gezellige avond bij één van ons thuis. We
evalueren dan het afgelopen seizoen en er komen vaak vanzelf nieuwe ideeën bij
ons boven die we direct vastleggen en bewaren voor het nieuwe seizoen. Het zijn
uiteenlopende dingen zoals discussieavonden over een stuk bijbeltekst,
filmavonden, creatieve avonden, bibliodrama en we nodigen ook regelmatig een
spreker uit of we maken een excursie. Traditie is ook dat we met elkaar
sinterklaas vieren bij iemand thuis! We vinden het belangrijk dat iedereen zich
op zijn of haar gemak voelt binnen de groep zodat alles bespreekbaar is en
niemand bang hoeft te zijn om een eigen mening te geven.
Waar en wanneer?
Wij komen iedere eerste vrijdag van de maand bij elkaar in de kerk. Zo rond
19.00 uur beginnen we met een maaltijd die door onszelf is voorbereid of een
enkele keer halen we chinees! Ben je 30+ en 40- en lijkt het je leuk één avond
in de maand eens over andere dingen te praten dan over werk, kinderen en nieuwe
auto’s, mail dan naar
ingesmoorenburg@hotmail.com en informeer naar het thema van onze volgende
DOV avond! Je bent van harte welkom!
Oudegrachtrede - Cultureel
: JESUS, MY BOY
Op woensdagavond 15 maart 2006 zal acteur Michiel Kerbosch in ons
kerkgebouw aan de Oudegracht de monoloog/éénakter ‘Jesus, my boy’ van John Dowie
uitvoeren. Het is in eerste instantie een hedendaagse vertelling van het
bekendste verhaal aller tijden. In deze voorstelling neemt Jozef eindelijk eens
zelf het woord, hij vertelt over de geboorte van zijn zoon Jezus, diens
opvoeding en kruisiging. Uiteindelijk wordt het een verontrustende vertelling,
want gaat het eigenlijk niet veel meer over een vader en zijn zoon, de liefde
voor en verlies van deze zoon? Gaat het eigenlijk niet over de puinhoop die wij
van de wereld hebben gemaakt? Wie is daarvoor verantwoordelijk? Hoewel,
misschien gaat het in het stuk bovenal over onbaatzuchtige liefde en het willen
beschermen van een vrouw.
Diverse kranten recenseerden deze theatervoorstelling al eerder. Een aantal reacties: ‘Mooi verhaal van een bijzondere vader’ (Haagsche Courant), ‘Innemend’ (NRC), ‘Aangrijpend, meesterlijk’ (Leeuwarder Courant).
Het belooft een fantastische avond te worden die zeker ook breder onder de aandacht gebracht zal gaan worden. De voorstelling begint om 20.00 uur. Gezien de kosten van de avond, zal een (geringe) entreeprijs gevraagd worden van € 6,50. Noteer deze datum in uw agenda en nodig vrienden en bekenden uit! U komt toch ook?
Van de Kerkenraad
Op zondag 15 januari hebben we in de dienst afscheid genomen van
Teije Bakker als cameraar. Vanaf 1 januari is Renze Zijlstra de nieuwe
cameraar. Onze voorzitter sprak lovende woorden over Teije. Teije heeft meer
dan tien jaar het cameraarschap vervuld.
Hij heeft veel initiatieven ontplooid. De gemeentezaal, de keuken, de hal en tot slot de hele kerkzaal zijn gerenoveerd. Deze ruimtes zien er weer tiptop uit, en dragen bij aan een goede sfeer en een gastvrije uitstraling voor mensen die bij ons binnenkomen. Ook veel andere leden hebben hier natuurlijk bij geholpen. Ik noem de commissie beheer, de beide bouwcommissies en de koster. Toch gaat de meeste eer naar Teije, want hij was de initiatiefnemer en hij had de meeste contacten met de vakmensen die hij inschakelde. En dat kostte een hoop tijd! Wat ook bijzonder was aan Teije, is de manier waarop hij alle activiteiten gecoördineerd heeft. Hij heeft steeds gezorgd voor een breed draagvlak voor de vernieuwingen. Daardoor is de hele ‘operatie’ zonder een wanklank verlopen. En dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het zeker niet! Het is aan Teije´s persoonlijke en directe manier van contact leggen met alle betrokkenen te danken.
In de dienst van 19 februari zullen wij weer een wisseling hebben: zr. Janny Tigchelaar geeft dan het voorzitterschap over aan br. Han van der Laag. Ook dit zal een gedenkwaardige gebeurtenis worden, want Janny heeft meer dan zes jaar het voorzitterschap vervuld. Zij heeft dit gedaan met een grote betrokkenheid en liefde voor de gemeente. We kennen allemaal Janny staande in de hal voor en na de dienst. Zij wilde altijd graag met iedereen een praatje maken om zo het contact met de gemeente te onderhouden. Was er eens ergens een dreigend probleem of misverstand, Janny stapte er op af en praatte het uit. Bovendien zat zij natuurlijk altijd met veel vuur onze kerkenraads-vergaderingen en ledenvergaderingen voor. Nu Janny met pensioen is, wil zij graag meer reizen, en daarom het voorzitterschap neerleggen. Het eerste deelt zij met de nieuwe voorzitter, die zijn nieuwe levensfase graag wil combineren met het voorzitterschap. Wij wensen Han veel succes en geluk bij zijn nieuwe taak.
Wat heeft de kerkenraad verder gedaan? Wij hebben uitgebreid gesproken met de kunstcommissie en met de redactie van de Menno Sticht. Wij hebben gesproken over de actualisering van het beleidsplan. We hebben het preekrooster en het collecterooster vastgesteld. We hebben de procedure van niet-betalende leden weer verder voortgezet. We hebben de gemeenteavonden in het komende voorjaar voorbereid, en het jaarplan 2006 besproken. In de dienst van 26 februari zullen wij nieuwe leden en vrienden verwelkomen en vieren we de geboortedankzegging.
We hebben een aantal liedboeken dat uit de band ligt. Wie vindt het leuk deze op een rustig moment te repareren? Dit kan natuurlijk ook thuis gebeuren. U kunt zich melden bij Peter Reinhold.
De gemeenteraad van Utrecht heeft besloten betaald parkeren in te voeren op koopzondagen, vanaf 12.00 uur. De kerkenraad betreurt dit omdat dit het deelnemen van gemeenteleden aan kerkelijke activiteiten na de dienst kan belemmeren. Ik noem bijvoorbeeld het koor of een aansluitende vergadering. De kerkenraad heeft hierover een brief geschreven aan de gemeenteraad. Er is nog geen antwoord ontvangen.
Tot slot nog een opmerking over onze diaconie en de commissie maatschappelijk werk. We willen de diaconie anders vorm geven. De commissie maatschappelijk werk krijgt er een aantal taken bij, namelijk het invullen van het collecterooster en het voorstellen van grotere giften. Bij dit laatste bedoelen we niet het geven van persoonlijke giften aan mensen in nood (de commissie deed dit al en blijft dit doen), maar het geven van giften aan organisaties (bijvoorbeeld het project in Tanzania). Met dit laatste willen we meer eenheid brengen in het diaconale beleid. Daarnaast blijft de commissie ‘gewoon’ (al vinden we dit niet gewoon, maar juist bijzonder) zorgen voor de bloemen en het ziekenhuisbezoek. De commissie is nu bezig alle nieuwe activiteiten op een rij te zetten en een werkplanning te maken.
Ik wil graag nog melden, ook in vervolg op het artikel van br Akkerman in de vorige Menno Sticht, dat er op diacoanaal gebied wel degelijk van alles gebeurt binnen onze gemeente. Zo hebben wij bijvoorbeeld een financiële bijdrage gegeven aan de Stichting Dienstverlening Buitenlanders. En ook de nieuwe vormgeving van de diaconie zal zeker bijdragen aan meer maatschappelijke betrokkenheid.
Namens de kerkenraad, Laura van Rossum du Chattel
Fotoproject
In de nazomerse Menno Sticht stond een artikel over het fotoproject
tijdens mijn studieverlof dat eindigde met de woorden’de verhalen en de foto’s
zullen te zijner tijd tentoongesteld worden in de Doopsgezinde Gemeente in
Utrecht.’
Misschien hebt u zich toen afgevraagd wanneer ‘te zijner tijd’ zou zijn en of dat lang zou duren? Deze zomer met Kerken Kijken (juli tot begin september) zal een deel van de foto’s te zien zijn op een fototentoonstelling in onze kerk: per persoon een portretfoto, het persoonlijke verhaal over de gekozen (bijbel)tekst en een foto die de tekst verbeeldt. Op de fotocursus die ik volg, heb ik over de uitwerking van zo’n tentoonstelling met de docente gesproken. Het is leuk en zinnig haar objectieve reactie te horen en te kijken welke foto’s het beste aan het doel -een tentoonstelling voor mensen van buiten onze gemeente- beantwoorden. In samenspraak kwamen we op de gedachte om houten drieluiken te maken die geopend en gesloten kunnen worden.
Dat is de ‘officiële’ tentoonstelling die onze gemeente zichtbaar maakt in de stad en die we ook met publiciteit willen omringen. Maar ik wil ook u graag laten zien wat er zo allemaal rond gemeenteleden gefotografeerd is in dat studieverlof. Dat wordt trouwens wel tijd! Daarom komt er in februari en maart ook een tentoonstelling in de gemeentezaal die meer foto’s laat zien dan de zomerexpositie zal tonen.
Leest u trouwens ook de aankondiging van de gemeenteavond over ons beider studieverlof op 28 februari a.s..
Ds Renata Barnard
Gemeenteavond
over het studieverlof van onze predikanten
Na de pauze van de ledenvergadering op 29 maart 2006 zullen de beide predikanten
iets vertellen rondom de onderwerpen van hun studieverlof. Alex Noord zal iets
vertellen over zijn onderzoekingen in de 18e eeuw. In het bijzonder
zal hij ingaan op het leven en werk van de Utrechtse doopsgezinde predikant
Marten Schagen en op zijn werk als vertaler van de methodisten-dominee James
Hervey. Het zal boeiend zijn om te ontdekken hoe dit vertaalwerk iets zegt over
de gedachtewereld van Schagen.
Renata Barnard wil ons laten delen in één van de onderwerpen van haar studieverlof. Zij interviewde gedurende haar studieverlof gemeenteleden en vroeg hen naar de betekenis van hun geloof voor hun dagelijks leven. Daarnaast maakte zij van deze gemeenteleden een sprekende foto die iets laat zien van de eigen inspiratie. Ook deze foto’s zullen op 29 maart getoond worden.
Het belooft al met al een boeiende en leerzame avond te worden. U bent van harte welkom. De ledenvergadering begint in verband hiermee om 19.45 uur.
Avondbijbelkring
Maarssen
Donderdag 16 februari hebben we het eerste deel van Jacobus
bestudeerd. Op 23 maart en 27 april wordt dit interessante bijbelboek vervolgd.
Alle(overdag werkende) leden en vrienden van de DGU zijn van harte welkom bij
deze bijbelkring, die geleid wordt door Alex Noord.Plaats: Zr. Annejet Bennink,
Pauwenkamp 216, Maarssen(broek) Tijd: 20.00 uur
Radio Oecumene Utrecht
Radio Oecumene Utrecht zendt elke zaterdagmiddag van vijf tot zes uur uit op
kabelkanaal 103.4 FM. Deze programma’s worden elke woensdag op hetzelfde
tijdstip op de kabel herhaald. Alle programma's zijn na uitzending op de
Utrechtse kabel nog geruime tijd via de website www.utrechtplus.nl te
beluisteren.
zaterdag 25 februari Carnaval in de Leemput
zaterdag 4 maart Met het oog op de nieuwe
gemeenteraad
zaterdag 11 maart Inloophuis Utrechts fenomeen
zaterdag 18 maart Utrechters doen mee aan Stille Omgang
in Amsterdam
zaterdag 25 maart 'Godcasting' in onze stad
zaterdag 1 april 'God in Nederland' - expositie in
Catharijneconvent
zaterdag 8 april Hoe gedenken Utrechtse joden hun
gestorven geliefden
zaterdag 15 april Paneldiscussie voor onze microfoons
zaterdag 22 april Godsdienstles op openbare scholen
in de stad
zaterdag 29 april Utrecht en Oranje
Joods bomenfeest
Op dinsdag 28 februari organiseert het Utrechts Beraad Kerk & Israel
(onderdeel van de Utrechtse Stedelijke Raad van Kerken) een avond over een niet
zo bekend feest binnen het jodendom, Toe Biswat, het jaarlijkse bomenfeest. Het
is een feest, waarbij net als bij Pasen een seidermaaltijd wordt gehouden. In de
Doopsgezinde Kerk, Oudegracht 270, zal de tafel gedekt staan. Mevrouw Tirzah
Middleton, lid van het Beraad en lid van de Liberaal Joodse Gemeente, zal de
aanwezigen inleiden in gebruiken en betekenissen van deze seider.De avond begint
om 20.00 uur.
jeugdpagina
12+ en 15+ samen
Deze groep is weer een aantal keer bij elkaar gekomen. Op 18 december hebben we
eerst een praktisch programma gedaan: het klaar maken van de kerk voor de
kinderkerstviering. Daarna lazen we het verhaal 'Casper' uit Beeldspraak, een
bijbel voor jongeren. Casper ging samen met Balthazar en Melchior op weg om de
nieuwgeboren koning te zoeken. Eerst kwamen ze bij Herodes terecht, maar het was
duidelijk dat ze daar niet op de goede plek waren. Daarna reisden ze verder en
vonden uiteindelijk de pasgeboren Jezus. Het was interessant het verhaal eens
vanaf deze kant te bekijken.
En dit
schrijven Myrthe en Annika over de bijeenkomst in januari:
De
groep is tegenwoordig groter dan vorig jaar. Het is dus steeds gezelliger en de
discussies komen steeds sneller op gang. Zo hadden we een verhaal over een man
die altijd mensen, die slachtoffer zijn van pesterijen en overvallen helpt. Maar
een keer ging het fout en werd hij dood gestoken. Is het nu wel slim om zoals
die man te zijn? Heeft het nut? Wat als niemand meer durft te zijn zoals die
man, moeten we dan die gewelddadige mensen gewoon hun gang laten gaan?
We hebben hier lang over gepraat. Uiteindelijk waren we het er allemaal wel zo
ongeveer over eens dat het wel nut heeft, om die slachtoffers te helpen. Want
als we die daders nooit oppakken, of laten zien wat ze allemaal aanrichten,
zullen we allemaal opgesloten zitten in ons huis.
De discussie ging verder met; Wat doen we dan met de daders?
Als we ze opsluiten zullen ze alleen maar nog bozer worden, en juist nog harder
toeslaan. Een inrichting zou dus beter zijn. Dat ze gaan inzien dat ze fout
bezig zijn.
We hebben nog heel wat leuke dingen op het programma staan om te gaan doen.
Hier kijken we allemaal al naar uit!
Kinderdienst
Een
vrouw komt bij Jezus: ze wil graag met hem spreken want haar dochtertje is
ernstig ziek. Maar Jezus heeft geen tijd, en de discipelen beginnen te morren en
te brommen dat die vrouw toch eens weg moet gaan: dat lastige gedoe… Maar de
vrouw geeft niet op: blijven er voor de honden ook niet altijd wat kruimels
over? Blijft er voor haar dan geen klein beetje van Jezus’ tijd over?
En Jezus maakt tijd voor haar, en zegt haar vervolgens dat ze gerust naar huis
kan gaan: haar dochtertje is weer genezen.
Een wonder..of was het toveren? We bakten koekjes, ook daar blijven wel wat
kruimels over voor wie net te laat is. En koekjes bakken..is dat niet ook een
beetje een wonder? Eerst heb je verschillende ingrediënten, je doet ze door
elkaar, vervolgens de oven in en je hebt iets lekkers!
Kruimels die overblijven, kruimeltjes tijd en aandacht wellicht, wonderen, samen
delen…wat een mooie verhalen eigenlijk!
En voor wie zelf ook eens in deze dingen wil delen is hier het recept van de
koekjes:
Nodig: 300
gram zelfrijzend bakmeel, 300 gram boter, 150 gram basterdsuiker.
Doe alle ingrediënten in een kom. Snijdt met twee messen de boter klein en kneed
alles tot een soepele bal. Rol het deeg met een deegrol uit tot een dunne plak.
Steek hieruit de koekjes en leg ze met behulp van een pannenkoekmes op een
bakblik. Bak de koekjes ca. 30 minuten boven het midden in een matig warme oven
(150 ˚)
Succes en tot de volgende kinderdienst!
Het
leven van een acrobaat
De romaanse kerk van Anzy-le-Duc, in het zuiden van Bourgondië
(Frankrijk), is niet alleen beroemd vanwege zijn schitterende achthoekige toren.
Wanneer je het dorpje nadert, zie je die toren al van verre. Schitterend is ook
de steensoort die voor de bouw van deze kerk is gebruikt. In de zomerzon straalt
de kerk je in een prachtig geel licht tegemoet. Afgelopen zomer hebben we deze
kerk diverse keren bezocht en genoten we van het exterieur van de kerk (het
portaal), maar zeker ook van de rijkdom van de binnenkant.
De kerk van Anzy-le-Duc bezit een indrukwekkende hoeveelheid
kapitelen (dat zijn bovendelen van zuilen); bovendien zijn deze kapitelen van
een prachtige kwaliteit. De kunstenaar heeft zichtbaar moeite gedaan om de
rijkste voorstellingen te beeldhouwen. Zo zien we onder andere Daniël in de
leeuwenkuil afgebeeld en de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs, maar
ook prachtige bloemenmotieven en dierenvoorstellingen.
Eén van de kapitelen was voor mij extra bijzonder. Ik wist eerst niet goed hoe ik de voorstelling moest duiden. Want wat ik zag kon ik niet zo gauw bijbels plaatsen. Ik zag een atletische gestalte die (zo zag het er uit) een sprong waagde, zijn beide handen hield hij uitgestrekt naar een evenwichtsbalk. Om de atleet heen waren twee monsterlijke wezens te zien (met lange krullende staarten) die leken te willen toehappen om deze mens te verslinden.
Zag ik het goed? Wat zou deze voorstelling nu willen zeggen? De reisgids bevestigde dat ik het inderdaad goed zag: één van de kapitelen in de kerk van Anzy-le-Duc beeldt een acrobaat uit. Het is alsof de voorstelling wil zeggen: mens-zijn vereist zo nu en dan dat je welhaast acrobatische toeren moet uithalen om je in het leven te redden. Om je heen schuilt gevaar
(‘monsterlijke dreigingen’) en je moet als mens daar tussendoor laveren. Daarvoor is vaak heel veel inspanning, levenskunst en kracht vereist. Bijzonder hoe de middeleeuwer, de kapitelen zijn van rond het jaar 1100 (!), dat al heel goed heeft gezien. Hoe het leven van mensen soms bijzondere kwaliteiten vraagt; veel (ook acrobatische kracht) is nodig om het in het leven te redden. Zo leiden mensen niet zelden het leven van een acrobaat.
Deze voorstelling in het Franse Anzy-le-Duc bracht me een verhaal te binnen van de theoloog Henri Nouwen. Hij reisde eens een tijdje mee met een circus. Hij vertelt daarover in één van zijn boeken, zo ook over zijn ontmoeting met een trapezewerker. Het verhaal gaat aldus.
‘Op een dag zat ik met Rodleigh, de leider van de groep, in zijn caravan te praten. Hij zei: ‘Als ik spring, moet ik absoluut vertrouwen op degene die mij moet vangen. Jij denkt misschien, net als de meeste toeschouwers, dat ik de grote ster ben van de trapeze. Maar de echte ster is Joe, die mij vangt. Hij moet me op het exacte moment uit de lucht plukken als ik mijn verre sprong naar hem maak.’ ‘Hoe lukt dat?’ vroeg ik. ‘Wel’, zei Rodleigh, ‘het geheim is dat ik het vangen geheel aan Joe overlaat en zelf niets doe. Als ik na mijn salto’s op Joe afkom, moet ik gewoon mijn armen en handen uitstrekken en wachten tot hij me vangt en me veilig (thuis)brengt.’
‘Dus je doet niets!’ zei ik verbaasd. ‘Niets’, herhaalde
Rodleigh. ‘Het ergste wat een springer kan doen, is proberen de vanger te
vangen. Het is niet de bedoeling dat ik Joe vang. Joe moet mij
vangen. Als ik Joe’s polsen zou vastgrijpen, zou ik ze kunnen breken. Dat zou
het einde zijn van ons beiden!0- Een springer moet springen en een vanger
vangen, en de springer moet met uitgestrekte armen en open handen erop
vertrouwen dat zijn vanger er zal zijn.’
Het leven van mensen is maar al te vaak een waagstuk, welhaast een acrobatische oefening. Om ons heen loert het gevaar (de` ziekte, het verdriet over mislukking, de dood). Wat kan een mens anders dan springen, het leven ingaan en tegemoet gaan? Soms wordt er heel wat evenwichtskunst van mensen gevraagd. Maar tegelijkertijd leven mensen niet zomaar, geworpen in de tijd. Zij mogen op weg gaan in het vertrouwen dat welke gekke sprongen er in het bestaan ook moeten worden gemaakt, er een Vanger is die opvangt en verder draagt op weg naar huis.
Laat ons dan leven mogen in het vertrouwen dat geen mens
valt, of hij valt in Gods hand.
Ds Alex Noord
Open studiedagen van
de LFDZ, 4 maart bij de DGU
Elk jaar organiseert de Landelijke Federatie van Doopsgezinde
Zusterkringen vijf open studiedagen, die niet alleen bestemd zijn voor leden van
de zusterkring, maar voor elke vrouw, die zich aangesproken voelt door het
thema. Dit jaar is dat: ‘Gebouwen van levende stenen’.
Wat is een steen eigenlijk? Een doods element, dat eeuwig hetzelfde blijft? Of kun je ook spreken van levende stenen? Zo lezen we in de eerste brief van Petrus: ‘Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd, maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel.’ Wat betekent het een levende steen te zijn? Hoe bouw je van levende stenen een tempel? Zou zo’n tempel anders zijn dan een monument van steen?
Met deze vragen willen we ons bezig houden tijdens de LFDZ-studiedagen. We staan stil bij stenen, (ver)leggen stenen en bouwen met stenen. Stenen die een verhaal vertellen, dat waard is om verder te vertellen, want het vertelt over wat ons bezielt.
Praktische mededelingen: kosten € 6,50, te voldoen bij
aankomst. Koffie, thee, melk en soep zijn inbegrepen, maar s.v.p. zelf brood
voor de lunch meenemen. Aanvang 10.30 uur, sluiting om ca 15.30 uur. Opgave
graag uiterlijk 10 dagen van te voren. Voor de studiedag die op 4 maart in onze
vermaning wordt gehouden, kunt u zich opgeven bij Friek Wijne,
Van de organist
Over de historie van het doopsgezinde ‘lijflied’
Hoe elementair het lied ‘Ik voel de winden Gods vandaag’ aanwezig is in het onzichtbare beleven van mensen die de doperse/doopsgezinde levenshouding in zich omdragen, werd me in 1963 duidelijk. In november van dat jaar moest ik mijn proefspel doen voor de functie van organist van de DGU. In die tijd was het gebruikelijk dat de ‘hoorcommissie’ een psalm en een gezang opgaf, waarop je als organist een voorspel en een harmonisatie (begeleiding) moest maken. En dat onvoorbereid. Altijd werd gekozen voor een onbekende psalm en een gezang van enige moeilijkheidsgraad.
Als gezang kreeg ik lied 289 uit de oude (zwarte) bundel mee. Voor mij, als zwaar calvinistisch getogen mensenkind, een volstrekt onbekend lied. Hoe een en ander verlopen is, beschrijf ik in mijn geschriftje ’40 jaar… herinneringen van een organist’. Pas later realiseerde ik mij, dat de opdracht lied 289 te spelen tijdens een proefspel niet zomaar was geweest. Lied 289 was voor doopsgezinden blijkbaar zó essentieel (tot hún elementen behorend), dat de ‘hoorcommissie’ wilde horen hoe de toekomstige organist dat unieke doopsgezinde ‘lijflied’ op het orgel speelde…
Vele jaren heb ik ‘Ik voel de winden Gods vandaag’ gespeeld, zoals het staat in de oude bundel. Ik heb me enkele keren verdiept in de tekst- en melodiehistorie, maar kwam niet veel verder dan de gegevens die in het oude liedboek vermeld worden: Noorse melodie, dichter onbekend, vertaler Cornelis Boeke, ontleend aan de broederschapsliederen van Kees Boeke. Recent kwam ik op het spoor van de oorsprong van ons lijflied.
Een reconstructie
In het oude liedboek wordt Kees Boeke genoemd als de auteur van
Nederlandse tekst. De mededeling dat e.e.a. ontleend is aan de
broederschapsliederen kan verwarring zaaien. Het heeft namelijk, bij nader
onderzoek, niets te maken met de doopsgezinde broederschap. Kees Boeke is
bekend geworden vanwege zijn school in Bilthoven ‘de Werkplaats’. Al tijdens
zijn studie kwam Kees Boeke in aanraking met de Quakers. In 1918 richtte hij
‘De Broederschap in Christus’ op. Deze broederschap had een eigen liedbundel,
waarin ‘Ik voel de winden Gods vandaag’ een plek had gekregen. Dat het lied
een prominente plaats heeft gekregen in het doopsgezinde ‘empfindliche’, heeft
wellicht te maken met het feit dat Kees Boeke en zijn broederschap, stoelend
op de Quakergedachten, (anti-militaristisch, geen overheidsfuncties etc.)
naadloos aansloot bij de kern van het doperse erfgoed. Maar waar heeft Kees
Boeke nu zijn bron gehad? Er staat immers dat het een vertaling is van een
onbekende dichter. Het zal altijd wel een vraag blijven of er sprake is van
een onbekende dichter, of dat Kees Boeke zijn bron niet heeft willen noemen…
Recente naspeuringen verschaften me een bijzonder inzicht in de oorsprong van ons lijflied. Kees Boeke heeft zonder enige twijfel kennis gehad van de tekst die in 1906 gedicht was door de Engelse predikant Jessie Adams (1863-1954). Jessie Adams was een lid van de Society of Friends (Quakers) en was een progressief denkende leraar en leider van en school voor volwassenen in Frimley (Eng.) Kenmerk van deze beweging in Frimley was o.a.: niet op de voorgrond willen treden, in de anonimiteit werken aan de Geest Gods op aarde… In 1906 dichtte Jessie Adams ‘I feel the winds of God today’. De volledige tekst luidt:
I feel the winds of God today; today my sail I lift,
Though heavy, oft with drenching spray, and torn with many a rift;
If hope but light the water’s crest, and Christ my bark will use,
I’ll seek the seas at His behest, and brave another cruise.
It is the wind of God that dries my vain regretful tears,
Until with braver thoughts shall rise the purer, brighter years;
If cast on shores of selfish ease or pleasure I should be;
Lord, let me feel Thy freshening breeze, and I’ll put back to sea.
If ever I forget Thy love and how that love was shown,
Lift high the blood red flag above; it bears Thy name alone.
Great Pilot of my onward way, Thou wilt not let me drift;
I feel the winds of God today, today my sail I lift.
Het bijzondere is, dat in de oorspronkelijke broederschapsliederen van Kees Boeke, twee coupletten voorkomen. Dit feit kan waargenomen worden in de bundel ‘Oude en Nieuwe Zangen’ van Woensel Kooy. In de 12e druk staat als lied 32 ‘Ik voel de winden Gods vandaag’, maar dan met een melodie en harmonisatie van Adraan C. Schuurman, organist en koordirigent. Er worden twee coupletten aangevoerd.
Hoe de Noorse melodie in ons liedboek is gekomen, onttrekt zich op dit moment aan traceerbaar inzicht. Wel kon ik vaststellen dat in hetzelfde jaar (1906) dat Jessie Adams zijn lied dichtte, de Engelse componist Ralph Vaughan Williams (1872-1958) een harmonisatie schreef bij een oude, Engelse melodie. Op deze melodie en begeleid door de harmonisatie van Vaughan Williams is ‘I feel the winds of God today’ vele jaren gezongen binnen de quakergemeenschap en de broederschap rond Jessie Adams in Frimley.
Wellicht is het voor ons, als DGU, boeiend om het oude, doopsgezinde lied, ons lijflied, ook eens een keer te zingen op die ‘oude wijze’. Hieronder volgt een zetting en melodie, zoals die in de oorsprong geklonken heeft en gezongen werd:

Jaap Huibers, organist DGU
Gesprek met Han
van der Laag, onze nieuwe voorzitter
Han van der Laag neemt de voorzittershamer over van Janny
Tigchelaar. De gepassioneerde en gepensioneerde kinderarts heeft de afgelopen
maanden zijn oor te luisteren gelegd bij verschillende commissies van de DGU,
om goed beslagen ten ijs te komen. Een ervaren broeder. Lid van de DGU vanaf
1959. Een man aan het hoofd van een gemeente, die vooral uit zusters bestaat.
Een broeder die zich terloops liet ontvallen: ‘In de DGU willen we met elkaar
beleven dat God in deze wereld is en in deze gemeente.’
Hoe is je doopsgezind zijn tot nu toe gegaan?
De meeste herinneringen aan mijn jeugdjaren liggen in Eindhoven, waar mijn
vader na de tweede wereldoorlog een nieuwe baan vond. Daar ben ik opgegroeid.
Mijn ouders waren actief in de doopsgezinde gemeente. Zelf heb ik jarenlang
wekelijks kwartjes gecollecteerd voor het nieuwe kerkgebouw dat in 1951 door de
doopsgezinde gemeente in gebruik is genomen. In 1958 ben ik gaan studeren in
Utrecht. Ik raakte toen betrokken bij de Evangelische Universitaire Gemeente. Ik
ontmoette daar ds. Wuite en later ds. Brüsewitz. Ik ben in 1959 door Wuite
gedoopt, Fienke een jaar later door Brüsewitz. We zijn altijd in Utrecht lid
gebleven. Dat wij al zo lang lid zijn van de DGU betekent niet dat ik ook altijd
tot de kern van de gemeente heb behoord. We hebben ons, vooral de eerste jaren,
vaak afgevraagd of dit de geloofswereld was, waar we ons thuis voelden. ‘Wat
betekent de kerk voor ons?’ Daar hadden we geen duidelijk antwoord op.
Natuurlijk moet je zelf de eerste stap zetten door je gaven te tonen, maar het
was onduidelijk wat we konden doen. De betrokkenheid bij de doopsgezinde
gemeente nam weer toe na de geboorte van onze kinderen. We wilden hen een
christelijke opvoeding meegeven en zo kwamen we zelf ook weer meer in de kerk.
Dat heeft onszelf ook gestimuleerd. Je blijft altijd weer zoeken in je eigen
leven, in welke levensfase dan ook, naar wat het geloof voor je betekent.
Waarom heb je ja gezegd, toen je gevraagd bent voor de
kerkenraad?
Ik heb belangstelling voor het kerkelijke werk. Je eigen geloofsleven kan
daardoor worden verdiept. Ik vind het leuk een steentje bij te kunnen dragen aan
het reilen en zeilen van de kerk en de organisatie ervan. Voor een deel gaat het
daarbij ook om de plaatsbepaling van de DGU in het geheel van alle kerkelijke
gemeenschappen. Wat is onze identiteit ten opzichte van de andere kerken? We
doen veel samen, en soms lijkt de afstand enorm groot.
Wat is je tot nu toe opgevallen bij het kerkenraadswerk?
Er is binnenshuis veel organisatorisch werk te doen, er zijn veel
activiteiten binnen de DGU, er is veel aandacht nodig voor de leden en de
vrijwilligers om werkelijk gemeente van God te kunnen zijn. Er zijn ook veel
zaken aan de orde die te maken hebben met onze relatie met andere kerken in de
binnenstad en met de buitenwereld.
Wat hoop je te bereiken als voorzitter van de
kerkenraad?
De kerkenraad is verantwoordelijk voor de organisatie van de gemeente. In
het gemeenteleven gaat het er om contact te hebben met de Eeuwige. Gedragen door
de leden zal de kerkenraad vorm geven aan het gemeenteleven. En als voorzitter
van de kerkenraad voel ik daarnaast een extra verantwoordelijkheid voor degenen
die voor hun inkomen afhankelijk zijn van de DGU. Ik weet me in deze taak
gedragen door de kerkenraad en door de hele gemeente.
Van de Kunstcommissie
In wat gewijzigde samenstelling zijn wij in en na de afgelopen zomer
weer aan het werk gegaan. Boeiend werk aan een moeilijke maar interessante
opdracht.
Het ‘kunstwerk voor de hal’vraagt natuurlijk de meeste aandacht. Alleen daarover
willen we wat van ons laten horen. We vonden diverse wegen naar kunstenaars die
religieus geïnspireerde werken (willen) maken. Atelierbezoeken, exposities,
ontmoetingen in onze kerk: heel gevarieerd. En we zijn nog niet klaar met onze
verkenningen. Tijdelijk verblijf in het buitenland (van een paar kunstenaars) en
agenda’s van alle betrokken partijen maken dat we werkelijk niets vlot kunnen
afwerken. Dat is niet vervelend want we hebben werkende-weg ook behoefte aan
evaluatie en bezinning. In de tweede helft van december had vervolgens iedereen
het hoofd bij andere zaken, meer in de privé-sfeer.
We zijn dus nog niet toe aan het kiezen van een of meer favorieten. We hebben
wel een paar hoopgevende contacten en er zijn ook al een paar afvallers.
Figuratief werk valt nogal eens tegen; min of meer abstract werk straalt minder
duidelijk een religieuze inspiratie uit. De hal is meer een doorgangs- dan een
verblijfsruimte. Het aansprekende aspect van het te plaatsen kunstwerk moet dus
niet pas na aandachtige beschouwing doordringen. En gezien de functie van de hal
en van het hele gebouw moet het kunstwerk niet erg dominerend zijn. Maar het
gaat natuurlijk de sfeer van de ruimte wel mede bepalen. Dat is ook de kern van
onze opdracht. Mooie, boeiende, indrukwekkende kunstwerken zijn gemakkelijker te
vinden dan kwalitatief aanvaardbare functionele. Wij proberen dat onderscheid
goed voor ogen te houden.
Over enige tijd hoort U nader van ons, of van de kerkenraad.
Namens de Kunstcommissie, Kees van den Berg
Schakelgroep zoekt nieuwe
contactleden
De contactleden binnen de DGU vormen een belangrijke schakel tussen
de leden en de kerk en alles wat zich daar in en omheen afspeelt. Gemeente
zijn betekent onder andere elkaar ontmoeten; de basis voor onze ontmoeting is
het gemeenschappelijk geloof. Velen ontmoeten elkaar zeer regelmatig op zondag
in de kerk. Anderen zijn daar niet toe in staat door ziekte, handicap of
bepaalde omstandigheden. Toch voelen zij zich als lid of vriend nauw betrokken
bij de Doopsgezinde gemeente. Door geregeld onderling contact met contactleden
krijgen zij de gelegenheid hun betrokkenheid met de gemeente vorm te geven.
De Schakelgroep vormt het bestuur van de contactleden en bestaat uit 5 leden. In augustus 2005 zijn Arry Knobbe en Fienke van der Laag voorzitter en secretaris geworden van de Schakelgroep. Samen met Freddie den Herder, Truus Akkerman en Anja Boegborn hopen zij dat de contacten tussen de leden van de gemeente onderling goed blijven verlopen. Helaas hebben een aantal leden hun contactlidmaatschap beëindigd, sommigen nadat zij het meer dan 30 jaar trouw hebben gedaan. In het netwerk van onze gemeente zijn kleine gaatjes gevallen en in Woerden en omstreken bijvoorbeeld hebben we nu geen contactlid.
De Schakelgroep is dus op zoek naar mensen, die bereid zijn om contactlid te worden. Als u een paar leden enkele keren per jaar wilt bezoeken, belt u ons dan of iemand anders van de Schakelgroep. Wij vertellen u er graag meer over. Laten we allen ons steentje bijdragen als lid van de DGU. We hopen op positieve reacties.
Arry Knobbe,
Fienke van der Laag,
Happietaria
Happietaria komt er weer aan! Dit jaar zal dit tijdelijke restaurant
haar deuren openen van
27 februari tot en met 22 maart. Het restaurant wordt georganiseerd en gerund door studenten van zes christelijke studentenverenigingen in Utrecht: Ichthus, NSU, SSR-NU, Sola Scriptura, Ultracjectum en VGSU.
Alles gebeurt op vrijwillige basis en het doel is om zoveel mogelijk geld op te halen voor een structureel project in een Derde Wereld land. Dit jaar zamelt Happietaria Utrecht geld in voor een project van Corporation Dios es Amor (God is liefde) in Colombia. In twee steden zal geïnvesteerd worden in computersystemen waardoor patiënten uit de sloppenwijken betere medische zorg zullen ontvangen. Naast het ophalen van geld voor onze naaste in Colombia willen we ook in onze eigen stad een positief geluid laten horen, en zichtbaar maken dat je niet bij de pakken neer hoeft te gaan zitten, maar dat je op een heel concrete manier wat kunt doen aan de ongelijkheid in deze wereld.
U kunt ook helpen om van Happietaria Utrecht 2006 een succes te maken! In de eerste plaats bent u van harte uitgenodigd om te komen eten in het restaurant aan de Lijnmarkt 8, vlakbij de Dom. In de tweede plaats bevelen we het geven van een gift van harte bij u aan.
Wilt u meer weten, of reserveren? Ga dan naar
http://www.happietaria.nl/utrecht
Reserveren kan via ook door het reserveringsnummer te bellen: tel. 06 253 323
05, bereikbaar
van 15.00-17.00 uur en 19.00-21.00 uur.
Op 18 november 2005 werd in Zwolle het boekje Laat ik toch maar knielen gepresenteerd, een bundel spirituele teksten uit de Nederlandse doopsgezinde traditie. Het is een selectie van een zestigtal teksten uit de breedte van de doopsgezinde geschiedenis tot en met de 21ste eeuw en door de Commissie Eredienst van het Doopsgezind Seminarium samengesteld. Bekende en minder bekende Nederlanders, mannen en vrouwen, predikanten en ‘gewone’ gemeenteleden laten de lezer delen wat hen op het gebied van de geloofsbeleving heeft geïnspireerd. Het boekje is voorzien van een verantwoording, een heldere inleiding en een beknopte bibliografie. Tevens zijn er enkele afbeeldingen in opgenomen van hedendaagse doopsgezinde kunstenaars.
Het boekje kan uitstekend dienst doen in de liturgie, bij openingen van kerkenraadsvergaderingen, gesprekskringen of voor persoonlijk meditatief gebruik. Bovendien is het mooi uitgevoerd en kan het als een doopgeschenk worden gegeven of aan anderen die in de doopsgezinden zijn geïnteresseerd.
Pieter Post (eindredactie), Laat ik toch maar knielen, Spirituele teksten uit de Nederlandse doopsgezinde traditie. Theologische uitgeverij Narratio 2005. ISBN 90 5263 970 1. 103 p. € 7,90 per stuk. Per 10 exemplaren € 7,50. Verkrijgbaar bij de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.
Met vriendelijke groet,
De Commissie Eredienst van het Doopsgezind Seminarium.