De geschiedenis van het orgel in de Doopsgezinde Kerk te Utrecht.

In 1767 werd het eerste orgel in onze Gemeente in gebruik genomen. Van dit orgel weten we erg weinig. Er bestaat wel een afbeelding van die doet vermoeden dat het een instrument geweest is uit de school van Strümpfler. Strümpfler was de orgelbouwer, die o.m. het orgel in de Doopsgezinde kerk te De Rijp bouwde, alsook dat, wat thans in de Geertekerk aanwezig is. Ons eerste orgel heeft ruim 100 jaar dienst gedaan.

In 1869 achtte men het nodig een nieuw orgel te plaatsen. Dit werd ons huidig instrument. Het werd op 27 maart 1870 in gebruik genomen. Het orgel werd vervaardigd door de Utrechtse orgelmaker Bätz, het snijwerk door de heer J. Rijnhout.


foto Bart Timmerman

Het orgel had twee klavieren en geen pedaal. (voetklavier).

De dispositie luidde:

Manuaal I: Manuaal ll:
Prestant 8 voet Holpijp 8 voet
Bourdon 16 voet Gamba 8 voet
Octaaf 4 voet Fluit 4 voet
Roerfluit 8 voet
Mixtuur 3 sterk
Trompet 8 voet (b/d)

In 1920 werd manuaal II uitgebreid met de volgende registers:

Gemshoorn 8 voet
Vox Celeste 8 voet
Salicet 8 voet

Tevens werd dit manuaal in een zg. "zwelkast" geplaatst. Dit houdt in dat het werd ingebouwd in een houten kast, die aan de voorkant beweegbare panelen had. Deze panelen konden met een trede vanaf de speeltafel open en dicht worden gedaan. Hierdoor kon een in die tijd geliefd effect van sterke naar zachte klank, en omgekeerd worden gerealiseerd.

In 1922 moest het snijwerk worden aangepast aan het door restauratie van de kerkzaalveranderde interieur. Het oude snijwerk werd verwijderd en er werd een nieuw uiterlijk aan het orgel gegeven. Tevens kreeg het orgel een pedaal(voetklavier) met als enige register een Subbas 16 voet.

In de zomer van 1964 werden er enige wijzigingen aangebracht.

De werkzaamheden werden uitgevoerd door de Utrechtse orgelbouwer de Koff (Springweg). Het nieuwe pijpwerk werd gemaakt bij de firma Stinkens in Zeist.